De paarse bank
In de podcast De Paarse Bank horen we de verhalen van vijf jongeren uit de Zaanstreek. Zij delen hun ervaringen met een periode van ‘niet thuis’, maar ergens ‘in verblijf’ zijn.
Hoe is het zo gekomen? Hoe hebben zij die tijd beleefd & wie of wat heeft hen op welke manier geholpen? En waar staan ze nu?
Iedere aflevering begint met een portret van één van de jongeren, gevolgd door een thema: Gehoord worden, Thuis voelen, Support vinden, een Goal hebben en Voorbij de diagnose.
De paarse bank
Zich thuisvoelen
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
In deze aflevering beginnen we met het verhaal van Chantal. Het thema van deze 2e aflevering is Zich thuisvoelen. Voel je je op de juiste plek? Wanneer voel je je ergens welkom en ook thuis en waarom? Wordt jouw gevoel daarbij herkend en gerespecteerd?
Welkom bij de tweede aflevering van de Paarse Bank. In deze podcastserie hoor je verhalen van vijf mensen uit de gemeente Zaanstad die als kind of jongeren in verblijf hebben gezeten. Veel jongeren komen in aanraking met jeugdhulp. Om je een beeld te geven. Alleen al in de eerste helft van 2024 waren er meer dan 300.000 jongeren in Nederland die hulp nodig hadden, al dus het CBS. Vaak is de hulp nodig voor de psychische problemen waarmee deze jongeren en of hun ouders te maken krijgen. Soms wordt hulp geboden bij gedragsproblemen of bij een verstandelijke beperking. Van de groep jongeren die wordt geholpen wonen er meer dan 30.000 niet meer thuis, maar bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of in een instelling. In iedere podcastaflevering beginnen we met het verhaal van één van de vijf jongeren. Vandaag is dat Chantal. Chantal kwam in aanraking met zorginstellingen toen ze al wat ouder was. Ik heb wel leuke ervaringen gehad, maar ook niet zo leuke ervaringen gehad. De niet zo leuke ervaringen wil ik eigenlijk achter laten. Daar wil je nu niet over praten. Oké. Chantal ging naar speciaal onderwijs en thuis had ze veel problemen met haar vader. Ze wil niet in detail treden als ze terugblikt op die periode. Had er iets anders kunnen gaan? Was er meer hulp of ondersteuning nodig geweest? Ja, ik weet het eigenlijk niet. Hoe het is gegaan, dat had toch niet geholpen om het anders te hopen. Want had je het ook wel eens bijvoorbeeld op school verteld of zo wat er dan thuis gebeurde? Nee, alleen tegen mijn mentor. Oké, die wist het wel. Kon je daar wel met iemand over praten? Begeleiding die weet ook wat er is gebeurd. Je had wel begeleiding zelf. Die kwamen dan thuis of gingen dan dingen met jou doen? Nee, niet toen. Toen niet. Nu, oh, nu. Maar toen had je niet dat je erover kon praten. Alleen tegen mijn moeder. En je moeder kon wel met je vader praten erover? Of hadden je moeder en je vader ook vaak ruzie? Of kan je daar nog iets over zeggen? Wat ik me nog wel kan herinneren, is soms als mijn vader en mijn moeder ruzie hadden, zorgden ze altijd dat ik niet bij was, of dat ik gewoon lag te slapen. Dus ik heb eigenlijk niet veel meegemaakt dat ze ruzie hadden of niet. Maar ik wist wel dat ze op af en toe ruzie hadden hoor. En je hoorde het toch wel of je merkte het toch wel. Want soms, als mijn moeder mij naar bed sturde, kon ik af en toe niet slapen. Dus ik zate op de traphal zal ik te luisteren naar het gesprek, ook al stonden tussen deur op dicht. Haar thuissituatie was niet altijd veilig. En hoewel Chantal naar speciaal onderwijs ging en dus een diagnose had, was er maar weinig passende begeleiding voor haar in haar jeugd. Als ze uit huis gaat om bij een vriendje te gaan wonen, gaat het mis. Ik leer een jongen kennen waar ik dacht dat het mijn vader was, die woondeerde op mijn veer. We hebben het wel rustig haar gedaan leren kennen en eerst vrienden. Toen ben ik bij hem inkomen wonen, want ik kreeg ook een beetje problemen met mijn vader. To ben ik bij hem inkomen wonen en daar heb ik 7, 8 jaar gewoond. In die periode ging het niet zo goed, die zeven, acht jaar. Ik weet niet of je dat woord narcist kent, dat was hij dus. Alleen, je weet wat ze wel eens zeggen: liefde maakt blind. En je komt er pas later achter dat je weg moet, zeg maar, dat het geen gezonde relatie is. En mijn buurjongen, buurman, die naast hem woonde, die trok een beetje op tijd aan de bel. Die zei van ga hier weg en toen ben ik ook weggegaan. Uiteindelijk trekt Chantal aan de Bel en gaat ze op zoek naar hulp. Die krijgt ze. In het begin moesten we elkaar een beetje leren kennen, een beetje uitvogelen wat ik kan zeggen en of ze me hierbij kan helpen. En naarmate ik dacht van ja, zij kan me wel helpen hiermee. Ik heb een goede omij te doen, toen zei ze van zorg wel dat als het erger wordt, we hebben bij Leijstraat hebben een logiekamer. Daar kan je altijd terecht. Da heb ik toen ook drie keer gebruik van gemaakt. Alleen toen ik mijn telefoon aandef om te kijken of ik een berichtje had van mijn nichtje, stond mijn telefoon roodgroeiend door hem. Kom alsjeblieft terug. We moeten praten en ik wil je niet kwijt, blablabla. En twee keer heb ik er ingeskonken. Ben ik weer terug bij hem gegaan. Eerst gewoon om te praten: kunnen we wat anders verbeteren. Want ik hoopte elke dag dat het gewoon beter ging. Maar het ging alleen maar slechter. En kon je terug naar je ouders? Hoe zat dat toen? Ik kon niet terug naar mijn ouders, want mijn moeder was in 2014 overleden onverwachts. Want ze kreeg een unieke huisbloeding. En ik vind het eigenlijk oneerlijk, want zo'n oud was ze nog niet. Ze was ook niet ziek of zo. En weet ik, ze was nog maar 39 jaar. Oh, ja, dat is wel jong. En naar mijn vader kon ik ook niet meer terug, want die heeft dingen geflikt waar ik niet mee eens ben, zeg maar. Zo erg heeft hij het geflikt. Heel gebeurd als ik je zo. Chantal was op zoek gegaan naar hulp, maar de relatie van Chantal verbeterde niet. Waar kon ze heen? Waar was nu haar thuis? Ik had geen ander huis. Geen eigen huis waar ik terecht ging. Dus ik heb mijn nichtje gebeld. Toen ben ik naar mijn nichtje gelacht gaan logeren. Twee nachtjes. Toen kon ik bij mijn vriendin logeren toen ik mijn eigen plekje kreeg. En toen hebben we ook regels gesteld van ik help met het huis houden. Ik help ook een beetje met de boodschappen en koken en zo. En toen kreeg ik eindelijk een berichtje dat ik mijn eigen huisje had. En zij heeft mij toen ook geholpen met alles schoonmaken, zorgen dat ik mijn eigen inrichting krijg. En hoe lang heb je daar gewoond? Twee jaar. Met heel veel plezier. Ja, met heel veel plezier was heel leuk daar. En waarom was het zo leuk? Omdat ik een heel groot begon had, maar daar mocht je niet zo lang wonen, want het zijn doorstroomwoningen. Dan zit je een beetje tussen de ouderen in, zeg maar, vond ik niet erg. Alleen, soms miste ik wel mensen om me heen met dezelfde leeftijd als ik. Inmiddels woont Chantal weer op een andere plek. Misschien niet haar ideale plek. Maar ze krijgt wel fijne begeleiding. En ze voelt zich thuis. En als je dan hier woont, je krijgt dan ook begeleiding? Hoe ziet dat er dan uit? De begeleiding komt op afspraak. Dan kijken we in de agenda wanneer we hun tijd hebben en wanneer ik tijd heb. En dan komen ze bij mij thuis en dan gaan we praten over bepaalde dingen, hoe het met me gaat en dat soort dingen. Hoe vind je dat? Best wel fijn. Ik ben wel zelfstandig. Ik kan gewoon zelf. Dat was toen ook voor mezelf zorgen. Maar bijvoorbeeld rekeningen en daar helpen ze me ook heel goed mee. Ja, precies, dat is wel fijn. Je thuis voelen. Daarover vertellen Chantal al. En daar gaan we in deze aflevering verder op door. Want een gevoel van thuis wordt niet enkel gecreëerd door een dak boven je hoofd en een bed om in te slapen. Het gaat ook over veiligheid en over rust. Wanneer voelen de andere vier vertellers uit de podcast zich thuis? Wat is voor hen belangrijk? Een groot balkon, supermarkten en winkels om de hoek. Een inrichting waarvoor zij zelf hebben gekozen. Zijn leeftijdsgenoten belangrijk? Willen ze samenwonen met anderen of juist alleen? En wat voor begeleiding is passend om een gevoel van thuis te ondersteunen? De volgende verteller die we gaan horen is Tamara. Zij kwam als kind een aanraking met jeugdhulp. En toen ze zelf moeder werd, kregen ook haar kinderen hulp. Door de culturele achtergronden in haar familie waren er soms grote verschillen in de manier waarop er met problemen werd omgegaan. En voor die cultuurverschillen was niet altijd oog bij de hulpverlening. Tamara probeert nu zelf als moeder, als tante en ook in haar werk, dingen te veranderen en te verbeteren, zodat de juiste hulp geboden wordt en iedereen zich echt thuis kan voelen. Ik ben ook uit huis geplaatst geweest door jeugdzorden. Ikzelf bij mijn moeder toen. To heeft mijn vader mij ontvoerd naar Chili voor drie, vier maanden of zo heeft hij me daar vastgehouden. Toen kwam ik terug vastgehouden bij Interpol. Toen kwam er een rechtszaak en toen mocht ik ineens naar huis. En vanaf dat moment ging het eigenlijk gewoon weer doordat ik zwanger raakte van mijn oudste dochter. Je vertelt best wel in een rap tempo eigenlijk vanaf hoe het vanaf je jeugd, je hebt best wel moeilijke tijdssituaties gegaan met je ouders, toen je zelf op een gegeven moment kinderen kreeg, en daarin ook wel allerlei drempels in tegenkwam. Maar hoe ging je daarmee om? Dan was er bijvoorbeeld iemand in je omgeving met wie je daarover zou kon praten. Nee, toen niet. Toen de familie van de kant van mijn moeder, ja, nu begrijp ik waarom. Maar toen was daar geen contact. En ik dacht altijd, waarom hebben wij geen contact met hun? Nu achteraf snap ik waarom. Maar de Chileense kant, waar mijn vader vandaan kom, die zeiden gewoon, volhouden. Het is een beetje een cultuur. Je mag niet over praten. Je mag niet. Ja, wel gewoon met mijn tante zelf, maar ik mocht het niet naar buiten brengen. Vooral doorgaan dan waarschijnlijk. Precies, en je familie lost het wel op. En ook bijvoorbeeld toen ik naar die opvang moest, van ja, waarom ga je naar een opvang? Je kan ook gewoon bij je vader of bij. Het is oké, hè? Wat ik zeg, ik heb ook gemerkt dat het is echt een cultuur ding. Maar ik geef nu wel mijn nichten en neven aan van dit is niet een cultuurding. Het heeft allemaal niks te maken met de cultuur. Dit is niet de cultuur. Dus vergis je daar niet in. Als jij problemen hebt, mag je me altijd bellen. Wat voor probleem het ook is? Het hoeft niet in de pot, hoef niet. Niet je gezin los het op. Nee, als jij de behoefte hebt om mij te bellen, bel mij. Heb je behoefte om je mentor, bel je mentor. Dat. En heb je het idee dat er vanuit jeugdzorg en eigenlijk allerlei andere zorginstellingen ze veel meer ook bewust zouden moeten zijn van die verschillende culturen en het effect daarvan op een gezin. En dat het eigenlijk nodig is als zorgverlenen om ook die signalen goed op te kunnen pakken en ook daarin aan te kunnen sluiten bij. Zeker. Zeker weten. Cultuursensitief werken, dat is het allerbelangrijkste. De volgende die je hoort is Albana. Albana is vaak verhuisd. Niet alleen van woonplek, maar ook van school. Steeds moest ze weer opnieuw beginnen. Wat geeft houvast in het leven als er geen vaste plek is om steeds weer op terug te vallen? Albana vertelt over een van de plekken waar ze woonde, in Zaandam. Het was een plek met veel strenge regels, maar ze was er wel in haar eigen vertrouwde omgeving. Ja, dat was wel heel anders, want toen zat in Zaandam. En toen had ik nog mijn eigen vrienden omheen, mijn eigen omgeving, mijn eigen vertrouwde omgeving. Dat was nog steeds lastig omdat je met echt wel heel. Je zit niet in een thuissituatie. Je bent met meerdere kinderen met problematiek. Je moet gehoorzamen aan groepsleidingen. En je hebt best wel strenge regels. Je moet continu zeggen waar je bent, met wie je bent, wat je doet, wat je gaat doen. Je bent eigenlijk wel echt heel erg onder toezicht. Maar het compenseerde doordat ik wel in mijn eigen buurt was. Dus ik kom wel in mijn eigen buurt naar buiten. En ik kon wel op mijn eigen vrienden chillen en ik had mijn eigen supermarktje, mijn eigen dingetjes. Gewoon je vertrouwde omgeving is wel heel erg belangrijk. Naar heel veel verhuizen, lukte het al banen om haar leven echt op de rit te krijgen. En naar heel hard knokken. En met heel veel geduld, lukt het haar om een eigen huis te krijgen. Eindelijk een plek waar ze kon blijven. En waar ze kon beginnen met het terugkijken op haar turbulente jeugd. Ik ben heel blij dat ik gewoon nu mijn eigen woningen heb, mijn eigen werk, mijn eigen stabiliteit. Hoe is dat voor je dat je op die overgang maakte vanuit. Ik moet heel zeggen dat die overgang heel zwaar viel. Heel zwaar. Ik dacht altijd, en dat heb ik echt onderschat. Toen ik jong was, dacht ik altijd, als ik mijn eigen huis heb, heb ik het gemaakt. Dan ben ik eindelijk waar ik wil zijn. Dus ik heb altijd gevochten voor dat doel. En toen ik het had bereikt, dronk pas eigenlijk door wat ik allemaal had meegemaakt. Dus toen pas kwam alle verwerking. En toen, omdat ik dan niet meer zo hoef te vechten voor iets en hoef te strijden voor iets en niet meer in die overlevingstand hoef te zijn, ga je eindelijk een keer op die bank zitten en ga je over je leven nadenken. En dat viel mij zo zwaar. Dat viel mij echt mentaal heel zwaar. Echt heel zwaar. Ik heb echt dagen gehad dat mijn telefoon dagenlang uitging dat zij voor de deur stond met gaat het goed? Want dat ik echt even tot mezelf moest komen. Want ik had echt. Als ik daar aan terug denk, denk ik. Hoe pak je dat aan? Kijk, Remy heeft me altijd voorbereid op. Je gaat het pas voelen wanneer je het hebt. Dus ik wist wel, ik denk, wanneer ik het heb, dan ben ik een maandje even emotioneel dat het me gelukt is en dan is het klaar. Maar dat was het totaal niet eigenlijk. Ik was echt, ik ging, het was niet van oh, ik heb het gehaald. Het was van zo. Wat heb jij meegemaakt? Dit en dat, en toen kwam dat naar boven en dit naar boven. En als jij continu bezig bent met ik moet door, het moet door, het moet door. Je rent alles voorbij. Ik kon emoties wel heel goed aan de kant zetten in in hokjes zetten. Het is niet dat ik alles heb opgekropt, maar er is me heel veel voorbij gegaan. En ik vloog er doorheen alsof het niks was, eigenlijk, terwijl het eigenlijk heel intens was, en dat besefte ik me later pas. Nu ben ik ook natuurlijk wat ouder en volwassenen. Dus ik kan wat beter naar de situatie buitenaf kijken. En nu pas besef ik me wel van zo, je hebt wel echt veel meegemaakt en die heb je er echt doorheen geslagen. Wo. De volgende die vertelt is Elin. Elin werd geboren in Nederland, maar verhuisde toen ze zeven jaar oud was naar het buitenland. Ze deelt over haar gevoel van thuis zijn. Toen kreeg mijn moeder een nieuwe vriend en die had een huis in het buitenland in Zuid-Frankrijk. En toen kwam toch een beetje het idee om daar naartoe te gaan verhuizen. En toen ik zeven was, als ik het goed zeg, zijn we naar Zuid-Frankrijk verhuisd. Dat is natuurlijk een hele verandering voor een kind. En ik was sowieso een kind wat niet zo goed omging met veranderingen. Dus ik heb het daar wel heel moeilijk gehad. Ik voel me daar gewoon heel alleen. Mamilie zat in Nederland natuurlijk. De vriendschappen die je al hebt opgebouwd zitten ook in Nederland. Je komt in een land waar je de taal niet spreekt. Dat heb ik wel toen als heel alleen en eenzaam ervaren. Want de Fransen zijn ook niet echt het meeste. Ja, ze zijn niet echt heel welkom tegen andere volken, om het maar even zo te zeggen. Dus dat is wel een moeilijke periode geweest. En ik werd steeds ouder natuurlijk. En school ging niet lekker. Ik wilde niet naar school. Ik werd gepest. En het was gewoon niet voor mij geen leuke periode. Ik dacht altijd, ja, als ik terug ga naar Nederland, is alles opgelost. Dan voel ik me beter. Want dan ben ik weer terug in mijn oude land met mijn familie. Nou, dat ging niet zo. Elin keerde terug naar Nederland in de hoop op meer geluk. Maar omdat het niet goed met haar ging, werd ze opgenomen ter indicatie. In plaats van rust en een gevoel van thuis, bracht de plek waar ze verbleef, haar juist nog meer onrust. Want het is ook niet niks dat je natuurlijk vijf dagen in de week niet thuis bent. En ja, daar mag de voorbereiding ook gewoon voordat je daarheen gaat, ook wel beter op zijn. Je moet iemand er wel op voorbereiden dat iemand niet meer vijf dagen thuis zit en niet meer bij zijn familie is en zo. En dat mis je wel. Want dat is eigenlijk, je wordt daarheen gestuurd zonder. Je kan dit en dit verwachten. Of je moet wel verwachten dat je dit en dit gaat voelen omdat je niet meer thuis bent. Het is meer van ja, je gaat er gewoon heen en je ziet wel. Voor heel veel mensen die daar zaten, gewoon werkt dat niet heel goed. En dat zag je ook wel. Ik was op dat moment ook niet in de plek dat ik dat aankom. Dus het was daar niet veilig. Niks werd gecontroleerd. Ik kom makkelijk drugs naar binnen. Het mocht niet, maar het werd niet gecontroleerd. Dus het kon daar allemaal maar gewoon. En dat was gewoon voor mij niet de plek om daar te zijn. Ik kon dat niet aan. Ik struggelde daar zelf ook heel erg mee. Uiteindelijk gaat Elin naar een kliniek die ze zelf heeft gevonden. Ze meldt zich aan en na een paar maanden kan ze er terecht. Een grote stap, want ze is ver van haar familie. Maar beetje bij beetje gaat het steeds beter met haar. De rust keert terug en ze voelt zich geholpen en minder alleen. En daar zit je wel gesloten. Je kan niet zomaar de deur uitlopen. Dat is daar wel zo. Overal heb je pasjes voor nodig om een deur open te doen. Dus ja, dat was ook wel afwennen voor mij, want ik was gewend in hun hulp instelling dat ik altijd weg kon. Oeens heb je daarvoor je gevoel een beetje opgesloten. Maar dat was wel werkend voor mij ergens. Want ik zei mijn eerste twee weken na, ik wil gewoon naar huis. Ik heb heel veel last van heimwee altijd. Van ja, ik wil gewoon naar huis en hier gaat het me ook niet helpen. En zij bleef je toch volhouden van nee, je blijft gewoon hier, we gaan het nog steeds proberen. Ja, toen heb ik toch wel afgemaakt. Dus dat heeft me wel geholpen gelukkig. En je ziet echt een verandering bij elkaar. Waardoor je ook een hele goede band met elkaar creëert. Ik heb er heel veel vrienden aan over gehouden. Je deelt echt je hele leven met die mensen. En dat maakt het ook heel bijzonder. Dat je toch als jongere ga je het allemaal tegelijk aan. Je hebt geen contact met je ouders. Je kan niet zomaar naar buiten. Je hebt alleen elkaar. En dat helpt ook heel goed. Dus dan ben je echt onder de mensen die zichzelf ook proberen te helpen en jou daardoor ook. En dat helpt ook wel goed. Dat je echt ziet dat je niet alleen bent. Want het voelt ergens ook heel eenzaam om problemen te hebben. Want mijn vrienden die ik voor de kliniek hadden, die gingen naar school, die hadden feestjes. En ik zat daar een beetje van ja, ik heb niks. De laatste die je hoort is Marleen. Ook zij deelt over haar thuisgevoelens. Wat niet bijdraagt aan een gevoel van thuis zijn. En wat juist wel belangrijk en onmisbaar is voor haar. Na twee jaar in Amsterdam, Osdorp, kwam ik er eigenlijk toch wel achter dat dat niet echt me thuis was. En nu heb ik nooit echt een thuis thuis gekend, maar ik kwam er wel achter dat Zandam mijn thuis is. Want ik bleef elke keer teruggaan naar Zandam. Na mijn vrienden in Zandam. Ik wou naar school in Zandam. Ik wou werken in Zandam. Eigenlijk wou ik alles wel in Zandam. Toen heb ik de keuze gemaakt om te zeggen van jongens, ik ben eigenlijk wel toen aan meer zelfstandigheid. En aan Zandam. Ik wil terug. Ik ken het daar. Ik heb mijn vrienden daar. Dat is dat is mijn thuis. En met z'n tweeën in Amsterdam. Dus dat was op zich best prima. Want ik woonde dan met een andere jongen en die deed gewoon zijn ding. Die zat eigenlijk de hele dag met je boven te kenen. Alle aandacht voor mij. En dat was natuurlijk wel wat ik. Op dat moment nodig hadden. Want je krijgt natuurlijk niet heel veel aandacht als je met vier kinderen en vijf verschillende begeleiders die roeleren door de week heen. Je krijgt niet echt een band of zo. Ik was wel echt op zoek naar dat emotionele connectie die ik niet kon vinden. Uiteindelijk ook niet haar gevonden. Want hij had nog nooit een meisje in zijn huis gehad en dat vond hij best wel lastig. Ik had dan bijvoorbeeld toen ik op die groep woonde, dat ze dan elke maandag. Ze hadden gewoon een eigen kantoor. Maar elke maandagochtend moesten ze twee uur in de woonkamer gaan vergaderen. Maar dat is mijn woonkamer. Dat is niet woonkamer van mensen die daar werken. Dan moesten wij maar twee uur lang op onze kamer blijven omdat we hun aan het vergaderen waren. En ik dacht echt: ik word uit huis geplaatst. Ik kom hier terecht en dan gaan jullie me ook nog eens vertellen wanneer ik waar mag zijn. In mijn huis eigenlijk. Ik woon natuurlijk met drie anderen. Maar ik vind dan wel dat het een beetje ons huis bij ons aan de regels te houden. Maar jij moet niet voor mij gaan bepalen wanneer ik wel of niet naar beneden mag komen. Wanneer ik wel of niet in de woonkamer mag zitten. Dat is een beetje raar. Dat doen je ouders ook niet. Dan krijg je een heel groot bord met de afwisseling van de diensten. En dan denk ik ook wel een beetje bij mezelf: ja, het zou niet heel huiselijk of zo. Dat je denkt van ja, morgen komt die weer. En dan komt die weer. Je wordt er ook aan herinnerd dat je op een groep woont. En niet gewoon in een huis, eigenlijk. Dus ja en camera's. Vooral in camera's. Ja, dat heb je natuurlijk ook niet in je eigen huis. Ik neem niet aan dat je zo lekker in je halletje van je wc zo lekker zo'n camera. En kijken wie nu naar mijn wc gaat. Even kijken wat je onder de douche vandaan komt. Nee, dat deden hun wel, als ik dan twintig minuten onder de douche had gedaan, was nee, waarom sta je nog steeds onder de douche? Of waarom kom je er niet pas onder vandaan eigenlijk? En wat ook is? Ze proberen het veel te hard om het een huiselijke sfeer te maken. Echt veel te hard. Want daardoor krijg je juist geen huiselijke sfeer. Hoewel jij daarmee bezig gaat zijn, oké, hoe kan ik dit huis huiselijk maken, dan maakt het eigenlijk alleen maar nog minder huiselijk omdat jij daar de hele tijd mee bezig bent. Ik weet nog wel, het is misschien een beetje een raar voorbeeld. Maar we hadden echt een hele grote bank. Echt zo'n donker Paarse bank. Echt vreselijk lelijk gewoon. Maar het was onze bank. En je kon die bank zo uit elkaar halen. En dan gingen we met z'n vieren die hele bank anders neerzetten en zulke kussens waar je helemaal wegzakte. Ja, maar lelijke paarse bank. Dat was niet heel huiselijk natuurlijk. Dat was niet heel huis. Dat vonden hun niet. Want tegenwoordig is het natuurlijk grijze banken, een beetje kaars daar, een beetje ditjes en dat je overal. Dat is huiselijk. Dus de paar bank ging weg. De paarse bank ging weg. Dat was echt verschrikkelijk. En toen kregen we echt zo'n harde, grijze bank voor terug, dat ik echt bij mezelf dacht: nou, die missie is ook weer geslaagd. En dat ziet er natuurlijk in zo'n showroom wat wel wat huiselijker uit, gezellig een kleedje, wel die kussentjes. Het was onze paars bank. Wij willen onze paarse bank. Je doet maar gewoon in ons huis. Niet gevraagd. Nee. Die bank kwam er maar gewoon, want daar hadden wij niks over te zeggen. Ja, maar het is wel ons huis. Ik snap dat die bank echt dat grijselijk is. Maar wij werden er wel gelukkig van. Dankjewel voor het luisteren naar de tweede aflevering van de Paarse Bank. Deze podcastserie kwam tot stand in samenwerking met het team narratieven van gemeente Zaanstad, de jeugdhulpverlening, ervaringsdeskundige en raas. En natuurlijk door het openhartige vertellen van de vertellers. Mijn naam is Kitty Munigs en in de volgende aflevering gaat het over het thema support vinden en support krijgen,