De paarse bank
In de podcast De Paarse Bank horen we de verhalen van vijf jongeren uit de Zaanstreek. Zij delen hun ervaringen met een periode van ‘niet thuis’, maar ergens ‘in verblijf’ zijn.
Hoe is het zo gekomen? Hoe hebben zij die tijd beleefd & wie of wat heeft hen op welke manier geholpen? En waar staan ze nu?
Iedere aflevering begint met een portret van één van de jongeren, gevolgd door een thema: Gehoord worden, Thuis voelen, Support vinden, een Goal hebben en Voorbij de diagnose.
De paarse bank
Doelen en dromen
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
In deze aflevering beginnen we we met het verhaal van Albana. Het thema van deze 4e aflevering is Doelen en dromen hebben. Lukt het je om iemand te mogen zijn, kun je trots zijn op wie je bent geworden, ondanks alles? En helpt het om een doel voor ogen te hebben?
Welkom en goed dat je luistert naar de vierde aflevering van de Paarse Bank. In deze podcastserie hoor je verhalen van vijf mensen uit de gemeente Zaanstad die als kind of jongeren in verblijven hebben gezeten. Veel jongeren komen in aanraking met jeugdhulp. Om je een beeld te geven, alleen al in de eerste helft van 2024 waren er meer dan 300.000 jongeren in Nederland die hulp nodig hadden, al dus het CBS. Vaak is de hulp nodig voor de psychische problemen waarmee deze jongeren en of hun ouders te maken krijgen. Soms wordt de hulp geboden bij gedragsproblemen of bij een verstandelijke beperking. Van de groep jongeren die wordt geholpen wonen er meer dan 30.000 niet meer thuis, maar bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of in een instelling. In iedere podcastaflevering beginnen we met het verhaal van één van de vijf vertellers. Vandaag is dat Albana. Albana werd op haar elfde uit huis geplaatst omdat ze thuis bij haar moeder niet meer ging. Ze verhuisde daarna vaak. Nu is ze halverwege de twintig en kijkt ze terug op een intense jeugd waarin ze heel veel heeft meegemaakt. Na haar verhaal gaan we verder door op een van de thema's waarover Albana vertelt. Nou, ik ben geboren getoog in Zaandam. Ik heb ouders van Albanese en Kosvaarse afkomst. Mijn vader is vanuit de oorlog gevlucht naar Nederland, heeft mijn moeder meegenomen en toen zijn ik en mijn zus hier geboren. Ik ben opgegroeid in Poelemburg. Mijn vader woonde altijd in Koegenveld. En mijn ouders zijn op een hele jonge leeftijd gescheiden. Ik was twee jaar. En toen woonde ik voor het meeste van de tijd bij mijn moeder, maar ik ging wel regelmatig naar mijn vader toe. Mijn vader had psychische problemen, ook vanuit de trauma's, vanuit de oorlog. En daardoor mochten ik minder bij mijn vader. Want mijn vader zat ook veel aan de medicatie en die was veel bezig met zijn problemen. Dus vandaar woonden wij voor het grootste gedeelte bij mijn moeder. Eigenlijk opgroeid in Poedemburg, op school gaan in Poedemburg altijd veel buiten geweest en heel vrolijk en actief meisje altijd. Ik ben een heel uitgesproken persoon. En heel druk altijd. Ook een beetje stoer, een beetje een tomboy. Een beetje een heel lief leuk meisje, maar kan ook best wel een Albanese karakter hebben. Ja, we hebben altijd het gevoel dat we ons moeten bewijzen. Dus vandaar dat we altijd proberen groot op te stellen en onze zwaktes wat minder tonen. Vandaar dat we in ons gezin vroeger eigenlijk ook niet zoveel over emoties spraken. Eigenlijk bijna nooit. En als we dat deden omdat wij dat in Nederland wel gewend zijn, hoe we kijken van mensen ons heen op school, etcera, hoe we praten over emoties en gevoelens. Probeerden wij dat ook. Maar dat werd niet zo ontvangen als bij de anderen thuis. Dus dat is soms wel lastig geweest. Waarover had je willen praten? Of wat deelden je niet? Of wat waren dat van emoties? We hebben best wel wat traumatische dingen meegemaakt in onze jeugd, in het gezin. En ik denk daardoor dat ik gewoon heel erg wou begrijpen waarom. Waarom gebeurde dit? Waarom is dit gebeurd? En hoezo wordt dat niet met ons gecommuniceerd? Ik begrijp, we zijn op dat moment dacht ik niet van hey, ik ben heel jong. Misschien was het niet relevant voor mij om nu te weten waarom. Maar achteraf als je ouder wordt, ga je wel proberen te puzzelen naar je kleine ik. Van waarom was ik zo nieuwsgierig? Dan heb ik toch zoveel meegekregen wat hun probeer te in het doofpot probeerde te zetten, zeg maar. Ik voelde heel veel spanning. Wat voor dingen heb je meegemaakt? Zou je dat willen zeggen of wil je dat liever voor je houden? Nou, mijn ouders hebben onderling heel veel ruzie gehad. Ook uit de hand gelopen ruzieën. Mijn vader heeft door zijn traumatische ervaringen heel veel dingen gedaan en gezegd wat niet door de beugel kan. Ik heb het waarschijnlijk geweldig bedoeling. Heeft dat ook te maken met waarom jij in de hulpverlening bent terechtgekomen? Ja, ik heb zelf mijn mening daarover. Ik denk zelf dat ik mijn moeder heel erg deed denk aan mijn vader. Dat denk ik. En dat zij daardoor toch wat meer moeite had met mij. Dat in combinatie met het feit dat ik heel uitgesproken ben en niet mij gehoord voelde, denk ik dat ik daardoor heel rebels wil ik het niet noemen. Maar dat ik daardoor wel steeds meer onhandelbaar werd thuis en steeds minder ging gehoorzamen en steeds meer naar buiten wilde en weg wilde van de situatie. En ik denk, ja, als ik me toch niet begrepen voel thuis, wat doe ik hier dan nog? Dus ik denk dat het daar wel is begonnen. En dat mijn moeder daarin wel echt de draad kwijtraakte over mij. Dan heeft zij hulp gezocht. Ja, wij hebben wel al, doordat mijn vader bepaalde dingen heeft meegemaakt met ons in het gezin, hebben we wel al zijn we wel aan het licht gekomen bij de jeugdzorg. Maar niet zo intensief. Dus vanaf het moment dat ik. Hoe oud was ik dat het echt intensief? Ja, vanaf elf was het wel echt van oké, nu zitten we er bovenop. De relatie tussen Albane en haar moeder was lastig en werd steeds lastiger. Op een gegeven moment werd Albane uit huis geplaatst. En als ze dan in een gevecht verwikkeld raakt met een ander meisje, beland ze in de jeugdgevangenis. Vanaf daar gaat het bergafwaarts. Ze wordt van instelling naar instelling gestuurd, verandert vaak van school en omgeving. De hulp van haar hulpverlener Remy sleeft haar er doorheen. Haar stevige focus op school en haar sterke mentaliteit. Ik denk dat ik gewoon altijd in mijn achterhoofd gehouden. Ik ga het wel redden, het is een kwestie van tijd. Ik ben sterk, ik kan dit. Het is wel slecht genoeg. Laten we het het beste ervan maken. Ik ging niet altijd met roodkleurbanen schijn. Ik had ook mijn dagen niet. Maar ik denk dat ik gewoon heel erg sterk geloofde. En dat ik met beide benen gewoon op de grond sta. En dat het een kwestie van tijd is dat ik gewoon mijn eigen ding kan doen. En ik wist, op dat moment was ik misschien 12, 13 en dacht ik zo, totdat ik 18 ben, gaat het lang duren. Maar ik ben inmiddels 25. En ik ben zo blij dat ik al zo jong zo'n mindset had. Want de tijd is gevlogen. Het is echt gevlogen. En ik denk als ik alleen maar émo in mijn bed lag en het leven niet zag zitten de hele dag, dat het veel langer had geduurd. Dus ik probeerde gewoon altijd het beste ervan te maken. Je kan aan iedereen vragen waar ik ooit heb gezeten. Dat ik wel echt een van de beste jongeren daar was. Ik ging altijd overal koken en ik was altijd met anderen bezig. En ik denk, ja, ik kan mezelf niet redden, want andere mensen maken keuze van mij, maar ik ga er voor anderen zijn. En zo heb ik eigenlijk mijn tijd zoveel mogelijk proberen te vullen. Bijzonder. En heb je je school af kunnen maken? Omdat je zei dat je eigenlijk zo geënageerde. Dat is wel jammer. Ja, ik ging inmiddels van HVVO naar de HAVO, van de HAVO naar de MAVO, van de MAVO naar de VMBO T. Ik zat in een gesloten instelling. En daar had ik boeken van ik zat inmiddels in de derde klas of zo. Ik had boeken van de eerste klas van VMBO kader. Ik had HVVO. Het was allemaal echt onder maatschool. Het was ondermaatschool. Er werd niet gekeken naar wat is jouw niveau. Er werd alleen maar gekeken naar, jij moet verplicht van de staat naar school. Dus jij gaat intern naar school en jij gaat hier, heb je een boekje en ga maar maken. Ja, ik had het al opgegeven. Want in het begin van mijn problemen was mijn school mijn enige redding. Dat ik dacht, ik ga op zijn minst carrière maken. Los van mijn persoonlijke leven. En werk je nu of wat ik werk? Ik werk. Ik ben hoofdconducteur bij de NS. Dus ik heb een hele leuke baan. Ik wilde het heel lang, maar ik vond mijzelf nog te jong. En ik weet dat het een hele verantwoordelijke baan is. Dus ik dacht, nou, ik wil wel iets uiteindelijk voor op de lange termijn. Wat gewoon leuk is, waar ik onder de mensen werk, waar ik gewoon lekker vrolijk naar mijn werk kan. Wat niet een 9 tot 5 is. En dat heb ik toen heel lang uitgesteld. Welke keer geprobeerd te solliciteren toen ik wat jonger was. Toen was je afgewezen. Toen was ik afgewezen omdat ik geen biologie heb. En uiteindelijk werk ik daar nu en ik ben daar heel blij mee. En ik ben heel blij dat ik gewoon nu mijn eigen woning heb, mijn eigen werk, mijn eigen stabiliteit. Hoe is dat voor je? Ja, ik vind het soms heel lastig. Ja, ik vind het soms nog steeds lastig. Soms vind ik het lastig. Maar dat is meer omdat ik dan denk van. Ik ben al 25, ik heb zoveel jaren eigenlijk weggegooid. In de zin van ik had er zoveel meer uit kunnen halen. Echt jammer voor je, het wordt mij altijd benadrukt. En tuurlijk zag het ook tegen mezelf, weet je, ik moet heel blij zijn waar ik nu sta. En wat ik heb bereikt. En hoe ik eruit ben gekomen. En ik had veel slechter kunnen aflopen. Dus ik ben er onwijs trots op. Dat is het niet. Maar ik heb het gevoel dat ik zoveel potentie als persoon heb, dat ik heel veel heb laten liggen. Niet dat ik het heb laten liggen, maar mijn situatie maakte het erna dat ik het niet kon maken naar wat ik eigenlijk had gewild. Heb je niet heel erg de drang dan om nu alsnog een studie te gaan doen? Ja, ik heb wel de drang. Ik heb wel de dran. Ik weet niet. Voor mijn gevoel denk ik dat ik het dan alleen maar doe om mezelf te bewijzen. Terwijl ik weet dat ik het had kunnen doen. Het is een soort bewijzingdrank naar jezelf. Maar ik ben daar al overheen. Ben je nu gelukkig in je beroep en gewoon in hoe het is. Ja, zeker. Ik ben heel erg tevreden met mijn carrière op dit moment. En met hoe je nu leeft ook? Hoe ik nu leef ook, ik ben niet gelukkig. In de zin van, ik ben nog niet waar ik echt wil zijn. Emotioneel. Emotioneel ben ik heel ontwikkeld. Dus dat is niet mijn ding. Maar ik denk gewoon. Ik weet niet. Ik heb gewoon nog zoveel dingen die ik wil doen in mijn leven. En zoveel dingen die ik nog wil bereiken. Dat ik heel erg tevreden ben en heel erg blij ben met waar ik sta. Maar ik ben nog niet daar waar ik wil zijn. Doelen en dromen. Daar gaat het over in deze aflevering. Waar streven Elin, Chantal, Tamara en Marleen naar. Wat levert het voor hen op dat ze naar een bepaald doel streven. En welke obstakels komen ze tegen? Marleen is de volgende verteller. Ze had het niet altijd makkelijk, vertelt ze. Vaak werden er keuzes voor haar gemaakt en werd er niet geluisterd naar wat zij wilde. Nu zijn ouder is, verandert dat. En krijgt dus steeds meer regie over haar eigen leven en de keuzes die ze maakt. Ik denk dat ik wel achter 95% van mijn keuzes sta die ik de afgelopen jaren heb gemaakt. Dat is eigenlijk ook altijd. De dingen die ik heb meegemaakt maken me wel wie ik vandaag de dag ben. En daar ben ik dan wel weer heel trots op. Dus ja, ik denk dat het misschien ook wat makkelijker maakt om over te praten. Omdat je eigenlijk eigenlijk heel trots op bent. Dat je dat kan. En dat je maakt wie je bent vandaag. Ook zeker met dipjes dat ik denk, oh, ik ben er echt klaar mee. Het hoeven mij niet meer waarom ik. Die vraag zal altijd blijven spelen. Waarom? Wie heeft ervoor gekozen om mij dit door te laten maken? Maar dan denk ik ook, ja, ik heb het wel doorgemaakt. En die negativiteit breng je ook helemaal nergens. Echt niet. Daar word je alleen nog depressief van. Binder dan dit. Het werkt niet. Je kan beter gewoon. Ja, wat ik dan nu doe, hebben we echt nu een passie om vrachtwagenchauffeur te worden. Dat moet gebeuren. Dat moet me gewoon lukken. Dus dan kan je beter zoiets vinden waar je echt altijd heel erg gepassioneerd over bent. En daar al je aandacht en energie in te steken. Als loodsemedewerker. Dus ik mag wel af en toe hier en daar een rondje moe. Ik ben ook de hele dag al bezig met vrachtwagens. Dus we hebben een eigen garage. Dus dan is het bij de jongens even lekker naar binnen huppelen. Hoe ben ik weer? Ja, ik vind dat echt geweldig. De hele dag een beetje aanrommelen, een beetje trailersladen en lossen. Een beetje oordenpikken. We hebben een paar oordenpikdingetjes in ons bedrijf die we doen. En ik ben natuurlijk een van de weinige vrouwen. Dat vind ik ook echt geweldig. Daar moet ik elke dag wel van. Want ja, als er dan weer zo'n buitenland chauffeur binnenkomt, dan staat je toch altijd een beetje zo. Ga jij mijn auto laden? En dan gooi je die auto vol en dan staat het eigenlijk allemaal zo perfect symmetrisch in die auto. En dan denk je. Dat heb ik gedaan. Maar ik kan niet wachten tot ik op de auto zit. Dat gaat wel even duren. Want ik moet dan nu eerst mijn auto deurie halen met de auto rijbuis en dan mijn C en mijn CE. Maar mijn mentor verwacht dat ik eind dit jaar eind december wel een beetje richting de vrachtwagen. Dat ik dan ook wel echt op de CE heb en kan vrachtwagen rijden. En ik vind dat ook op zich best wel een mooi doel. Daar heb ik een jaar en daar heb ik anderhalf jaar over gedaan. Dus ja, misschien een paar jaar internationaal. En dan ouder word, we terug naar nationaal. Maar ik wil wel heel ver weg. Het liefst gewoon naar lekker in Italië, lekker Spanje. Gewoon lekker warm. Ja, heerlijk. Ik hoop niet dat het bij Frankrijk en Duitsland blijft. Dat moet wel ietsjes verder. Waar Marleen in het verleden het niet zo erg vond om te verhuizen. De nieuwheid vond ze soms ook juist leuk. Merkt ze nu dat ze graag vast de grond onder haar voeten wil. Zeker omdat ze zo'n helder doel voor ogen heeft. Ik heb echt geen zin meer om te verhuizen. Ik ben er klaar mee. Ik wil niet elke keer maar al mijn spullen in dozen moeten proppen. Want we gaan weer. Dus ja, ik ben nu altijd dat ik een beetje klaar mee ben. Wat minder vouwbaar. Ik heb nu ook gewoon mijn werk en de school, wat ik heel belangrijk vind. Want ik wil gewoon een diploma. Dat is gewoon mijn doel. Want ik loop nu nog steeds rond zonder diploma. Dus dan ben je ook wat minder dat je denkt, oh, laat mij maar naar een andere plek gaan. Want ik heb eigenlijk toch niets te verliezen. Ik heb nu juist heel veel te verliezen. Dus ja, ik denk dat ik dat nu niet meer heel leuk vind. Als ik nu bijvoorbeeld nog echt van waar ik bijvoorbeeld nu woon, naar laten we zeggen, naar het einde van zo'n hand moet moeten verhuizen. Daar zou ik echt niet gelukkig van worden. De volgende verteller is Elin. Na jaren waarin ze kampte met psychische problemen, ging op een gegeven moment de knop om. Ze vond online een kliniek waar ze een goed gevoel bij had en besloot zich in te schrijven. Haar doel? Zich beter voelen. Stapje voor stapje. Ik had het al een paar jaar daarvoor gevonden, maar ik vond het toch allemaal wel 1, 10 weken niet thuis. En dat zag ik eigenlijk niet zo heel erg zitten. Toen op een gegeven moment inderdaad kreeg wij hier uit de hulpverlening te horen dat ze het niet meer wisten. En toen had ik die kliniek al in mijn achterhoofd. En toen dacht ik, ja, ik schrijf me gewoon in. Dat kan gewoon via de website. En dan word je wel gebeld van ja, we moeten wel een verwijzing hebben. Maar ik heb toen gewoon gezegd van het was ook, ik had me ingeschreven en dag daarna werd ik gebeld. Ik zat in mijn kamer, ik nam op en mijn moeder kwam binnen en die zei, ja, wie is dat? Toen zei ik dus dat de kliniek het was. Mijn moeder wist er helemaal niks. Ik had het niemand overlegd. Ik had me gewoon ingeschreven. Ik dacht, ja, ik doe het nu gewoon lekker zelf. En toen ging dat heel hard. Dat was rond de kerst dat ik me ongeveer ingeschreven. Toen werd ik gebeld, toen had ik in maart een inteken en in juni zat ik er al. Dus ja, het is echt, het gaat dan opeens heel hard. Maar het maakt ook al verschil als je echt zelf die keuze maakt dat je denkt van ja, shit, het moet nu echt anders. Ik moet het gaan doen. Dan dat je moeder je moet aandringen om naar je psycholoog te gaan. Want dan wil je het ook zelf niet. Maar dit was iets wat ik echt zelf wilde. En dan geef je ook echt alles, denk ik. Als je echt alles ervoor opoffert. Is dat iets wat jij andere jongeren ook zou aanraden, zeg maar? Ja, dat wel. Ik zou wel eerst beginnen gewoon met een rustige behandeling. Dit is wel echt een plek waar je heen gaat als niks meer werkt. Maar jongeren moeten wel gaan inzien dat als je zelf niet wil, het zeker niet gaat lukken. Want ik ken echt niemand die heeft gezegd, nou ik had er geen zin in, maar het heeft me toch gelukt. Dat bestaat gewoon niet. Dus ja, als jongen is dat ook zelf heel belangrijk om zelf te gaan nadenken van ja, wil ik dit. En als je denkt van ja, ik wil het echt, dan lukt het ook wel. Maar als je toch denkt van ja, of in de heel erg in je hoofd ben je van ja, het gaat me niet lukken of ik kan het niet, dan gaat het je ook niet lukken. Want je kan jezelf er wel van overtuigen. En op een gegeven moment, ik dacht dat ook, maar ik dacht, ja, weet je, waarom zou ik dit niet kunnen? Heel veel mensen kunnen het. Ik heb ook heel veel vragen gesteld aan mensen die daar hebben gezeten, want we leren daar ook wel heel erg om open te zijn. Dus als mensen je iets vragen over kliniek, wees er dan open over. Ik had gewoon heel veel mensen een bericht gestuurd van: hey, hoe heb jij je behandeling ervaren? Hoe gaat het nu met je? Toen kreeg ik eigenlijk heel veel goede antwoorden. En toen dacht ik, ja, waarom zou ik het dan niet proberen? Toen ging me mij een beetje die knop om ik dacht, nu moet er echt iets gaan gebeuren. Toen was ik 17. Dus toen was ik al tien jaar eigenlijk aan het stulen. En toen kwam eigenlijk pas echt het moment dat ik dacht. shit, nu moet ik er zelf iets aan gaan doen. En hoe gaat het nu? Ja, goed, ja, het gaat natuurlijk nog steeds een beetje dit. Maar ja, dat is ook gewoon een beetje wie ik ben. Zo ben ik altijd wel geweest. Maar ik ben stabiel genoeg. Ik doe mezelf geen pijn meer en ik doe leuke dingen. Ik kan goed mijn vriendschappen onderhouden. Dat was echt wel een probleem voor mij ook in een periode. Ik blijf echt goed in contact met mensen. Ik praat over waar ik mee zit. En ja, dat ik vroeger niet. Maar nu wel. En dat helpt gewoon praten helft. Daar ben ik wel achter gekomen. Dus dat gaat nu wel goed. Ik heb natuurlijk nog wel steeds problemen met bijvoorbeeld werk en zo. Bijvoorbeeld dat ik aan iets vastzit, vind ik nog heel moeilijk. Ook omdat je dat niet ontwikkeld hebt. Ik ben heel jong gestopt met school. Dus ik vind het heel moeilijk om nu lang iets vast te houden. Dus een baantje hou ik steeds maar een paar maanden vol. En dan denk ik, dan blokkeert het iets van mij, waardoor ik gewoon een maand helemaal moet ontprikkelen om zo te zeggen. Dus ja, daar ben ik nog steeds wel gewoon dingen aan in het leren van je loopt toch een beetje achter. Maar je bent nu wel klaar om dat proces aan te gaan om weer een beetje naar je leeftijdsgenoten te gaan leven. Dus ja, dat gaat wel goed. En het is echt wel sinds jaren dat ik nu kan zeggen, ja, het gaat wel goed met me. En ik denk ook dat mijn omgeving dat ook wel zo ervaart. Dat het niet weer een toneelspel is van het gaat goed met me, maar het gaat nu echt goed met me. Want bij die gesloten instelling waren allemaal ervaring deskundigen. En zou dat niet voor jou interessant zijn voor later? Ja, ik wil dat zelf ook graag gaan doen, iets met mijn eigen ervaring. Dus ja, dat zou voor mij ook wel iets zijn. Het is ook voor mij wel een plek waar ik heel graag zou willen werken. Dus ja, daar ben je wel mee bezig in je hoofd. Oh ja, hoe zou ik dat gaan doen? En bijvoorbeeld vanuit die kliniek zijn er ook eigen zelfhulpgroepen. Nou, die wil ik in Zaandam ook gewoon gaan opzetten. Dus dan kunnen er mensen die daar hebben gezeten ook naar een meeting komen om over te praten hoe ik met ze gaat en zo. Dus ik wil er wel gewoon op doorpakken op dat herstel, zoals hij dat noemen. De volgende verteller is Chantal. Ook zij vertelt over het werk wat ze doet en wat dat voor haar betekent. Elke maandag, dinsdag en donderdag staat weekend om 7 uur. Dan moet ik naar haar werk. En ik werk dan maandag dinsdag en donderdag bij een jaar verzorging thuis. En dat vind ik ook een heel erg leuk werk om te doen. Het is dan wel een vrijwilligerswerk, maar ik wil wel een soort van hoger op, zeg maar. Daar doe ik dan bijvoorbeeld klusjes met de ouderen. Pas doen voor de oudere mensen. Boodschappen doen. Als ze in de zaal willen eten, middag eten, dan ga ik eten serveren. Sommige mensen die dan in hun appartement willen blijven eten, dan breng ik het met een karretje naar hun appartement. Ik sta dan ook heel vaak in de Spoolkeuken, dat is ook wel leuk werk. We hebben ook heel veel opdrachten van. Hij is nog niet helemaal bekend door Nederland, maar dan moeten we sleutelhouders maken, vakkels, gelukspopetjes en groetkaarten. En dat moet dan secuur en hulpnetjes gemaakt worden en dan worden die weer verkocht. En dat wordt dan ook echt gewoon verkocht in de winkel. Oké, wat leuk. En hoe zie je ook, van daar was ik ook nog wel benieuwd naar hoe zie je de toekomst? Hoe kijk je voor de huid? Dat weet ik juist niet, want ik kijk niet met heel veel stappen vooruit. Ik kijk het per dag. Tamara is de laatste die je hoort in deze aflevering. Tamara had een turbulente jeugd achter de rug, waarin ze eerst voor haar moeder zorgde en vervolgens op haar achttiende zelfmoeder word. Ze heeft een tijdje geen huis, geen grond en geen richting in haar leven. Doordat ik een urgentie kreeg. En toen begon ik eigenlijk ook meteen weer op te leven. Toen dacht ik, nou, ik wil wat gaan doen, ik wil gaan werken, ik wil studeren. Toen ben ik de opleiding Jongerenwerk gaan doen. Dat was vier dagen werken, één dag naar school. Nou, die opleiding ging eigenlijk heel makkelijk, omdat daar echt mijn passie lag. Dus dat ging me makkelijk af. En toen begon ik aan de opleiding PW. Want toen de tijd was mijn droom ook echt om mijn eigen jongerenstichting op te richten. Omdat ik, vanuit mijn eigen verleden, vanuit mensen om me heen, dacht ik, ja, dit is wel wat ik wil. Tamara bouwt haar leven op en probeert er het beste van te maken. Totdat ze een brief krijgt van de Belastingdienst en bestempeld wordt als vrouw deur. Ze is slachtoffer van de toeslagenaffaire, waar op dat moment nog niemand iets van af weet. En door het gaatje ook acht jaar in de bewindvoering moeten zitten, dus geld had ik ook niet. Nou ja, werken, ik kon wel gaan werken, maar dan zou ik 4 of 500 euro moeten afdragen aan de Belastingdienst. Dus ja, toen ben ik eigenlijk vanaf dat moment ben ik met de gemeente in contact gekomen. En die zei daarna, zou je dan anders met ons mee willen denken bij bepaalde projecten, met jouw ervaring. Hoe jij in het leven staat, zou je dat willen? Nou, dat heb ik gedaan. En tien jaar later konden ze me dan eindelijk een contract aanbieden. En kan ik nu mijn ervaring heb ik omgezet in kennis. En dat is wat ik nu doe. Nu kijk je naar de toekomst. Uiteindelijk toch mijn stichting. Maar die is wel enigszins veranderd. Nu met mijn dochters hebben we een heel mooi plan. Ze willen kinderpsycholoog worden ook. De een wilt daarnaast ook gewoon in jeugddententie aan het werk gaan, dus die is daar nu mee bezig. De andere doet HBO Finance en Controles, die gaat de boekhouding, cijfers en dingen doen. En die andere gaat is de zorg. Hun willen echt een plek waar die kinderen opgevangen kunnen worden als er trauma's spelen thuis. En dan niet van je moeder dit of je vader dat of nee. Kom. Gewoon een warme plek. Je bent er, goed dat je er bent. Een plek waar je gewoon altijd naartoe. Dus ik ga ze daar in steunen, motiveren, kijken hoe ik dat moet. Dat is nu mijn doel. Dankjewel voor het luisteren naar de vierde aflevering van de Paarse Bank. Deze podcastserie kwam tot stand door een samenwerking tussen team narratieven van gemeente Zaanstad, de jeugdhulpverlening, ervaringsdeskundigen en raas. En natuurlijk door het openhartige vertellen van de vertellers. Mijn naam is Kitty Munnis en in de volgende alweer laatste aflevering zullen de vertellers ingaan op de diagnoses waarmee ze te maken kregen en of het lukte om daaraan voorbij te gaan.