De paarse bank
In de podcast De Paarse Bank horen we de verhalen van vijf jongeren uit de Zaanstreek. Zij delen hun ervaringen met een periode van ‘niet thuis’, maar ergens ‘in verblijf’ zijn.
Hoe is het zo gekomen? Hoe hebben zij die tijd beleefd & wie of wat heeft hen op welke manier geholpen? En waar staan ze nu?
Iedere aflevering begint met een portret van één van de jongeren, gevolgd door een thema: Gehoord worden, Thuis voelen, Support vinden, een Goal hebben en Voorbij de diagnose.
De paarse bank
Nazit - doelen en dromen
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
In de podcast Nazit reflecteren 2 jeugdhulpverleners, een (coördinator) ervaringsdeskundige en een ambtenaar op de 5 verschillende afleveringen van de thema podcast De Paarse Bank.
Wat merken zij op in de gesprekken met de jongeren over hun verblijf: de aanloop er naartoe, de ervaring in verblijf en de periode erna, in het hier & nu?
In iedere aflevering horen we geleerde lessen rond de gesprekken met jongeren en de thema’s: Gehoord worden, Thuis voelen, Support vinden, een Goal hebben en Voorbij de diagnose.
Welkom. Je luistert naar de vierde reflectieaflevering van Jeugd uit Verblijf. In deze vijfdelige serie gaan professionals uit de jeugdhulpverlening, ambtenaren en ervaringsdeskundigen met elkaar in gesprek. In deze aflevering zijn dat Diane Meijer en Sietske Snijder. Ik ben Diane Meijer, ik werk bij de Hoofdzaak. En daar is voor kwetsbare, door kwetsbare mensen. En eigenlijk ondersteun ik ouders. Maar ik heb heel veel jongeren die ik ondersteun, zowel van het jact-team die we hebben, als jongeren die op mijn pad komen. En dat vind ik elke keer een hele eigen uitdaging. Dus daar zet ik me meestal heel erg voor in. Ik ben Sietke Snijder en ik ben werkzaam bij Level en de voorgangers. Level is een jeugdzorganisatie gericht op LVB zorg, dat is dan het stukje wat ik veel doe. Elk GG Z een stuk en een stuk reguliere jeugdzorg. Wat hebben Siete en Diana gehoord in de vierde podcastaflevering Goals? Welke verhalen en ervaringen herkennen zij uit hun werkende leven? Dat was nieuw. En hoe denken zij dat het beter kan in de jeugdhulpverlening? Doelen. Heel belangrijk, absoluut. Waarvoor sta je op? Daar begint het al. Waarvoor sta jij op inderdaad? Ik denk dat dat als je. Ik heb het gezien bij sommige jongeren die absoluut niet weten wat ze willen, dan is dat opstaan een heel moeilijk iets. En hoe kom je daarachter wat je wil? En hoe krijg je dat ook nog eens een keertje vertaald naar de ander? Die jou kan faciliteren. Ja, en wat zijn de mogelijkheden? Want ik kan me ook voorstellen dat als jij gewend bent in een onveilige situatie, dat het heel moeilijk is om groots te mogen denken. Dan ben je veel meer bezig met waar slaap ik vanavond? Hoe krijg ik mijn eten? Je bent met andere dingen bezig. Ja, als je een soort van basisveiligheid hebt, dan kan je eer gaan denken van hé, wat wil ik met mijn leven? Daarvoor wil je een huisje, daarvoor wil je een kamer, weet ik veel. En dat zijn doelen die we in deze maatschappij, met deze woningnood, niet altijd zo snel geregeld krijgen om in je eigen omgeving te blijven, een huis te hebben waar je je thuis kan voelen. Of de opleiding te kunnen doen. Hoe ga je dat volhouden? Doelen is een essentieel iets om de dag mee door te komen. Maar het is niet altijd even vanzelfsprekend. Ik denk dat als jij in de overlevingsstand zit, dan is een doel. Is ver weg. Het doel kan zijn om dan de dag door te komen. En dat is dan soms al een opgave op zich. Ja, ik kreeg een leuk meisje. En die werkte er ook. Dus jij had zoiets van ja, kom op, ik moet toch ook dan een goede beeld tonen. En daar is het mee uitgegaan. Nu heb ik ook wel zoiets van ik wil nu ook niet meer werken. Ik heb er ook eigenlijk helemaal geen behoefte meer aan, voor op dit moment, maar ik weet dat het morgen weer anders is. En het is gewoon even een moeilijke dag, maar we moeten er even doorheen komen. En dat heeft met dat meisje te maken, natuurlijk. Heb je nog doelen of dromen waar je aan wil gaan werken voor lekker van het leven uit aan het genieten. Dat is het belangrijkste. Mijn doel is nu gewoon om een woning te kunnen krijgen via een woningbouw. Dus dat ik rechtstreeks aan de woningbouw betaal. En vanuit daar kijken voor een eventueel een vaste job of voor normaal betaald baan, dat ik van mijn uitkering afkom. Dat is in ieder geval het doel. En ja, voor de rest zie ik het wel. Ik denk ook dat als je dat helemaal niet in meegekregen, dat je jezelf zou kunnen ontplooien, of wat dan ook. Omdat je dus in een niet te veilige of fij thuissituatie zit. Dat je daar misschien ook niet echt over nagedacht hebt of zulke hoge doelen hebt, dat dat in jouw hoofd überhaupt niet iets is wat je dan gaat vertellen. Maar dat het iets is wat stapje voor stapje gaat. En dat er verbetering zou kunnen komen. En doordat de mensen in je geloven, he, waardoor je ruimte krijgt om die gedachten te moeten zoeken. Ja, dat is heel fijn als je dat kan met een jongeren. Als je dat stukje kan aanraken, dan krijgen ze weer hoop. Hoop voor de toekomst en inderdaad groeimogelijkheden. En dat zijn aan de ene kant inderdael die emotionele laag. En het is natuurlijk ook de praktische kant. Wat we hebben gehoord natuurlijk in de podcast, ook een meisje had inderdaad gesloten werd geplaatst. En daardoor niet meer haar schoolniveau kon halen. Wat ze daarvoor deed. Ik zat in een gesloten instelling. En daar had ik boeken van ik zat inmiddels in de derde klas of zo. Ik had boeken van de eerste klas van VMBO kader. Ik had HVVO. Het was allemaal echt onder maatschool. Het was onder maatschool. Er werd niet gekeken naar wat is jouw niveau is. Er werd alleen maar gekeken naar, jij moet verplicht van de staat naar school. Dus jij gaat intern naar school. En jij gaat hier heb je een boekje en ga maar maken. Ik had het al opgegeven, want het begin van mijn problemen was mijn school, mijn enige redding. Dat ik dacht, ik ga op zijn minst carrière maken, los van mijn persoonlijke leven. Dan word je zo beperkt. En niet meer uitgedaagd. Je overleeft. En dat je nu terugkijkt en denk dat je een leven vol gemiste kansen hebt. Heel heftig. Tuurlijk, het wordt mij altijd benadrukt. En natuurlijk zag het ook tegen mezelf. Ik moet heel blij zijn waar ik nu sta en wat ik heb bereikt en hoe ik eruit ben gekomen. En ik had veel slechter kunnen aflopen. Dus ik ben er onwijs trots op. Dat is het niet. Maar ik heb het gevoel dat ik zoveel potentie als persoon heb, dat ik heel veel heb, laten liggen, gewoon. Niet dat ik het heb laten liggen, maar mijn situatie maakte het erna dat ik het niet kon maken naar wat ik eigenlijk had gewild. Om dat te draaien voor jezelf, maar ik heb nog zoveel om te kunnen doen. Ik heb nog de tijd. Is natuurlijk, als je jong bent, best wel een lastig iets. Je had het moeten doen in die tijd. Zoiets als je toch? En te dragen dat het misschien in de toekomst wel weer gaat lukken, maar nu op dit moment niet. En dat het komt, doe dit en dit en dit. En dat allemaal los te leren laten, is gewoon best de hele weg. En zoveel dingen die buiten je eigen macht hebben gelegen als jongere. Het is allemaal. Je hebt daar niet zelf. Nee, je hebt niet de hand in. Of kom je? Je bent de dupe van de situatie. Alleen op een gegeven leeftijd heb je natuurlijk wel. Dat is wat je hoopt, is dat ze dan kunnen gaan zien dat ze wel volwassenig zijn en dat ze het misschien kunnen dragen aan een eigen basis. Hoe doe je dat? Als je dat niet geleerd hebt. Nee. En als je daar voor de rest ook geen ondersteuning bij krijgt. Heel lastig. Want je referentiekader is niet kloppend. Nee. En op het moment dat je daar emotioneel gezien rijp genoeg bent om die stap te gaan maken, is misschien eigenlijk wel de leeftijd waarop wij zeggen jeugdzorg uit, je bent oud. Maar ze zijn geen achttien, ze zijn achttien op papier. En dan nog, welke 18-jarige is zo rijp dat hij dat allemaal kan overzien en overdenken. Dat is het, het voelt voor mij eenzaam. Waar je normaal gestimuleerd wordt door je ouders of de omgeving. Precies die dat duurtje in de rug blijven geven. En vanuit de jeugdzorg stappen we weg, eigenlijk. Iedereen in deze situatie moet harder werken om dat steuntje te mogen ervaren, zowel de jongeren als de jeugdzorgwerkers. Absoluut. Om dat steuntje te mogen zijn. En dan zijn ze achttien of wat ouder in geval van verlengde jeugdzorg. En dan stappen we weg. En de overgang naar volwassenzorg is niet altijd zo goed geregeld. Nee, is niet aangepast aan een jongere die nog de wilt. Echt een adolescent, inderdaad, een jong volwassene. En ik vraag me dan af. Wat ik zie, is dat het heel belangrijk zou zijn als je inderdaad een vertrouwenspersoon hebt en wie dat dan ook mag zijn, iemand die blijft. Want wat ik zie bijvoorbeeld bij de hulpverlening is dat er toch heel veel gewisseld wordt. Dus weer een nieuwe, weer een nieuwe. Vaak zijn ze moe om nog een verhaal te vertellen. Dus die doelen die juist zo belangrijk is voor de rest van je leven eigenlijk dat je dat stukje aanwakkert. Want dan weet je wat voor je doet. En hoe belangrijk ben jij als mens, als iedereen maar weg kan stappen. Wat doet dat met je eigen waarschijnlijk heel pijnlijk. Iedereen die heeft minimaal één, eigenlijk nog meer, maar iedereen heeft gewoon een eigen persoon nodig. En inderdaad het liefst natuurlijk iemand. Die blijvend is, hè? Eigenlijk en misschien iemand uit de omgeving die in ieder geval de vaste factor of een case manager. Ik weet niet hoe je het moet noemen, maar iemand die blijvend is. Je hebt natuurlijk nooit een garantie. Maar ik denk wel dat dat voor jongeren die dan eindelijk een vertrouwen geven, dat dat heel belangrijk is. Want ik kan me voorstellen dat als die hulpverlener wegvalt, dat je doel ook meteen meegenomen is. Ik kan me ook voorstellen dat het ook emotioneel gezien is dat je er gewoon ook weer bovenop moet komen, inderdaad. En misschien ook wel leren loslaten dat het niet jouw doel is ik kan iets heel belangrijk vinden. Of, ik kan iets hebben waarvan ik denk dat het belangrijk zou moeten zijn voor een jongeren dat het helpend is wanneer of het gezin of de jongeren aan bepaalde doelen werkt. Als dat niet de doelen van het gezin of van de jongeren zijn, dan heeft het gezin. Ik weet wel dat ik bij sommige jongeren die ik eigenlijk waar ik eigenlijk zou moeten afsluiten. Zod ik maar zeggen, omdat ik behaald heb dat ik dan vond dat ik moest halen of de jongeren vond dat ze moest halen. Dat ik toch op de achtergrond altijd aanwezig blijf. Ja, ik denk dat het heel afhankelijk is van in welke positie je zit. Ik merkte dat ik dat als residentieel werker, heb ik dat wel heel erg gehad. Dat ik dacht, oh, ik zou misschien zelf gewoon qua baan verder willen kijken. Maar dat er altijd wel jongeren waren waarvoor ik dacht. Nee, voor jou wil ik blijven. Dat bedoel ik. En ik moet zeggen, nu als ambulance werker is ook gewoon mijn doel dat ik maar relatief kort blijf. En dat ze zelfstandig weer verder kunnen. En dan vind ik dat zelfstandig zo'n mooi doel. Natuurlijk kunnen ze me altijd nog even bellen. Het is niet zo dat ik je nummer blokkeer. Maar dat het doel is dat ze zonder mij verder kunnen. En als ze dat hebben bereikt, is dat natuurlijk alleen maar fantastisch. Nou ja, dat geeft ook meer aan hoe begaan je bent. En daardoor denk ik dat je makkelijker de klik maakt. Ik denk vanaf het moment dat je inderdaad heel begaan bent, dat voelt een jongere ook. Dus dan ben je niet het nummer of de stempel van je diagnose, maar je bent iemand waar ik naar kijk. Je bent iemand waar ik om ga geven. En je gunt iemand dat je een mooie traject hebt en dat diegene ook weet wat ze waard zijn. Ja, je wil ze laten zien wat jij ziet. En eigenlijk is het dan, als ze dat een beetje kunnen voelen, dan kan je ze makkelijker loslaten. Want dan weet je dat ze gegroeid zijn. Ik heb er geen zin meer om te verhuizen. Ik ben er klaar mee. Ik wil niet elke keer maar al mijn spullen in dozen moeten proppen. Want we gaan weer. Dus ja, ik ben nu al even dat ik er een beetje klaar mee ben. Wat minder vrouw, maar ik heb ook mijn werk en de school wat ik heel belangrijk vind. Want ik wil gewoon een diploma. Dat is gewoon mijn doel. Dat is onder het diploma. Dus dan ben je ook wat minder dat je denkt, oh, laat maar maar naar een andere plek gaan. Want ik heb eigenlijk toch niet te verliezen. Ik heb nu echt heel veel te verliezen. Ja, wat ik dan nu doe, heb ik echt een passie om vrachtwagen chauffeur te worden. Dan moet wel gebeuren. Dat moet me gewoon lukken. Dus dan kan je beter zoiets vinden waar je echt heel erg gepassioneerd over bent. En daar al je aandacht en energie in te steken. Ja, ik denk dat als je een doel hebt, dat het veel makkelijker is. Ja, en dat je vanuit dat soms hele grote doel kan gaan kijken van wat zijn nou kleine stapjes die je eerst kan zetten. Om dat grote doel uiteindelijk te gaan bereiken. Maar dan ben je ook echt vooruit bezig. Als iemand een doel heeft, ben je al een stap verder. Vaak? Maar het is wel een eigen doel. Niet omdat wij denken dat het goed voor je is dat je je school afmaakt. Of omdat je. Wat past bij jou? Ja, dat zijn echt jouw wenzen. En hoe kunnen we inderdaad. Wij als hulpverlening daarvoor faciliteren, maar hoe kunnen we ook zorgen dat je systeem meegaat en je daarin gaat steunen, op welke manier ze dan ook kunnen? Dat je het gewoon weer breder gedragen gaat maken. Maar ik denk ook gewoon echt dat de jongere die weet wat die wil, hoe groot of hoe klein, dat die net iets meer de boel kan dragen. Ja, en als het uiteindelijk anders blijkt te zijn, is het ook goed. Ja, maakt er helemaal niks uit. Het gaat erom dat je weet dat je een doel hebt. Dat je weet waarvoor je inderdaad opstaat, waar we mee begonnen. Waar je zo hard voor werkt. Ik wil dat zelf ook graag gaan doen, iets met mijn eigen ervaring. Dus ja, dat zou voor mij ook wel iets zijn. Het is ook voor mij wel een plek waar ik heel graag zou willen werken. Dus ja, daar ben je wel mee bezig in houden. Oh ja, hoe zou ik dat gaan doen? En bijvoorbeeld vanuit die kliniek zijn er ook eigen zelfhulpgroepen. Die wil ik in Zaandam ook gewoon gaan opzetten. Dus dan kunnen er mensen die daar hebben gezeten ook naar een meeting komen om over te praten hoe het met ze gaat en zo. Dus ik wil er wel gewoon op doorpakken op dat herstel, zal zij dat noemen, zeg maar. En vier de successen. Ik denk dat dat wel eens, ook de kleine successen moeten echt gevierd worden. Nou, ik denk ook dat het onze taak is. Ik weet dat ik het heel fijn vind om tegen mijn jongeren te zeggen van ja, maar wacht eens even. Kijk even wat je het afgelopen jaar hebt gedaan. En dan noem ik het zo op. Oh ja, vergeten ze het. Of het is zo vanzelfsprekend geworden, maar het is niet vanzelfsprekend. Zeker niet als je uit een hele moeilijke situatie komt. Je zit ongelooflijk knap. En het toont ook aan hoeveel kracht iemand heeft. En dan is het. Het is heel mooi als iemand dan even inzakt, dat je dat even kan het licht erop zetten. En dat iemand dan weer ja hoept. Oh ja, dat heb ik ook. Ik kan dat. Ik heb dat gedaan. Ik heb dat gedaan, en dat is jouw talent. En jouw veerkracht, dat je dat in deze situatie voor elkaar hebt gekregen. Dankjewel voor het luisteren. Mijn naam is Kitty Munnes en deze podcast kwam tot stand door Team Narrativa van Gemeente Zaanstad. Ook dank aan Lukas de Gier voor opname en techniek