De paarse bank
In de podcast De Paarse Bank horen we de verhalen van vijf jongeren uit de Zaanstreek. Zij delen hun ervaringen met een periode van ‘niet thuis’, maar ergens ‘in verblijf’ zijn.
Hoe is het zo gekomen? Hoe hebben zij die tijd beleefd & wie of wat heeft hen op welke manier geholpen? En waar staan ze nu?
Iedere aflevering begint met een portret van één van de jongeren, gevolgd door een thema: Gehoord worden, Thuis voelen, Support vinden, een Goal hebben en Voorbij de diagnose.
De paarse bank
Voorbij de diagnose
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Deze aflevering start met het verhaal van Elin. Het thema van deze 5e en laatste aflevering is Voorbij de diagnose. Want is een diagnose echt belangrijk voor de behandeling? En wat nu als er meerdere diagnoses te stellen zijn? Hoe werk je aan de essentie van jouw vraag?
Welkom en goed dat je luistert naar de vijfde en alweer laatste aflevering van de Paarse Bank. In deze podcastserie hoor je verhalen van vijf mensen uit de gemeente Zaanstad die als kind of jongeren in verblijf hebben gezeten. Veel jongeren komen in aanraking met jeugdhulp. Om je een beeld te geven, alleen al in de eerste helft van 2024 waren er meer dan 300.000 jongeren in Nederland die hulp nodig hadden, al dus het CPS. Vaak is de hulp nodig voor de psychische problemen waarmee deze jongeren en of hun ouders te maken krijgen. Soms wordt hulp geboden bij gedragsproblemen of bij een verstandelijke beperking. Van de groep jongeren die wordt geholpen wonen er meer dan 30.000 niet meer thuis, maar bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of in een instelling. In iedere podcastaflevering, en in deze dus ook, beginnen we met het verhaal van één van de vijf vertellers. In deze aflevering is dat Elin. Na het verhaal van Elin gaan we door op een van de thema's waarover zij al vertelt. Elin komt er al op jonge leeftijd met mentale en psychische problemen. Haar moeder probeerde te helpen en ze zochten samen ook naar hulp. Eerst in Frankrijk, waar ze toen woonden, daarna in Nederland. Elin krijgt allerlei diagnoses. Haar problemen zijn complex. Wat is er nodig om haar te helpen? Ik ben Eline van 18 jaar. Ik ben geboren in Zaandam. Bij mijn twee ouders. Die zijn alleen heel vroeg uit elkaar gegaan. Toen ik een half jaar oud was, zijn mijn ouders uit elkaar gegaan. Toen ben ik alleen bij mijn moeder blijven wonen ontwikkeld naar mijn vader, maar dat ging ook niet heel zoepel om maar even zo te zeggen. Toen kreeg mijn moeder een nieuwe vriend en die had een huis in het buitenland in Zuid-Frankrijk. En toen kwam toch een beetje het idee om daar naartoe te gaan verhuizen. Toen ik zeven was, als ik het goed zeg, zijn we naar Zuid-Frankrijk verhuisd. Dat is natuurlijk een hele verandering voor een kind. En ik was sowieso een kind wat niet zo goed omging met veranderingen. Dus ik heb het daar wel heel moeilijk gehad. Hoe oud was je toen? Toen ik daarheen ging was ik zeven. Toen is het eigenlijk allemaal een beetje begonnen dat ik dat het probleem een beetje ontstonden. Dat ik in Nederland ook wel, maar niet zo extreem als dat in Frankrijk werd. Dat ik ook wel eens had gezegd van ja, eigenlijk wil ik helemaal niet leven, waar moet ik leven? Op een hele jonge leeftijd had ik dat al. Maar groep 1, 2, 3 vertoon ik ook al ander gedrag. Gewoon ik niet echt begreep wat mensen voor me wilden. Dat ik hele duidelijke aanwijzingen nodig had om iets te doen. En is daar toen mee aan de slag geweest? Of is er iemand toen mee aan de slag geweest? Nee, op dat moment niet. Voor mij hebben wel Juff tegen jou gezegd dat ik daar moeite mee had. Maar dus toen niet dat we hulp zijn gezoeken om te kijken wat dat nou was. Omdat we natuurlijk, toen zijn we verhuisd en in Frankrijk gaat dat echt heel anders. Daar heb je tussen school en ouders geen contact. Dus het gaat er niet over hoe een kind op school gaat. En ik denk dat het daar mis is gegaan. Want daar had ik ook last van dat ik niet goed kon leren, ik kon niet goed concentreren. Ik begreep heel veel dingen niet wat mensen van me wilden. En daar denk ik toen heel snel, omdat ik mijn zoon niet begreep voel, heel snel bergafwaarts gegaan. En toen ik tien was ongeveer, begon het echt wel heel erg op te spelen, kreeg ik heftige paniek aanvallen. Heel veel angst voor dingen. Ik begon mezelf pijn te doen. En dat is toen steeds heftiger geworden. Toen zat je nog in Frankrijk. Ja, toen zat ik nog in Frankrijk. En in 2017 zou je terug vuis naar Nederland, omdat het met mij niet goed ging. En mijn opa was heel erg ziek, die had kanker. Toen ging hier eigenlijk het hele rieltje lopen van hulpverlening. Je gaat naar de huisarts en je word doorgestuurd naar een psycholoog. Zo gaat het natuurlijk een beetje. In 2021 had ik mijn eerste opname. En daarvoor had ik, nou ja, denk ik al via psycholoog gehad dat ik een psychiater. Ik zat in de medicatie meer. Ik heb heel veel antidepressiva en een antipsychotricum geslikt, daar word je heel rustig van. Het is niet dat ik psychotisch ben, maar daar word je echt heel erg rustig van via mijn psychiatrica die ik toen had. Wij zaten toen bij haar en het ging toen echt heel slecht. En toen ze, nou, je hebt eigenlijk twee keuzes om nu te gaan doen waarvan wij denken dat het helpend is. Of je krijgt een soort time-out. Dat kan je denk ik een beetje vergelijken met de crisisdienst. Dus dat je daar een paar weken hoe lang ook zit om stabieler te worden, zeg maar. Of je kan kiezen voor een diagnostische opname. En dat we dan hier verder gaan kijken wat we gaan doen. Ik zag het toen niet zo zitten om naar de crisisdienst te gaan eigenlijk. Dus toen heb ik gezegd van samen met mijn moeder wel, van dan lijkt onze diagnostische opname wel iets. Maar ja, ook niet helemaal weten hoe dat natuurlijk eruit zou gaan zien. En ook niet weten dat daar eigenlijk niet echt begeleiding was, wat ik op dat moment wel nodig had. Was dat dan een dagopname of echt een 24 uur? Nee, echt 24 uur, je sliep daar ook. Je mocht dit weekend wel naar huis, maar je sliep daar door de week gewoon. Maar het probleem daar was een beetje is dat je daar helemaal geen hulp meer kreeg. Je kreeg geen psycholoog meer of zo. Dus ik kreeg geen hulp meer en ik stond echt heel erg op een slecht punt op dat moment. Dus mijn moeder was ook iedere avond bij me terwijl normaal één bezoekdag. Maar zij was er iedere nacht, want ik wilde daar niet slapen. Je moet toch wel voor die opname wel stabiel zijn. En dat was ik gewoon niet. Ik ging een medicatie afbouwen en op een gegeven moment. Ik werd helemaal. Ik ben echt hysterisch daar geweest. Het was niet mijn plek. Dus ik ben daar denk ik na twee, drie weken al naar huis gestuurd, als ik het goed zeg. En goed overleg wel hoor, wel dat we samen hebben gezegd van hier stoppen we. Maar dat zij ook zeiden van ja, op deze manier is het voor jou ook gewoon niet haalbaar. Dus die ben ik daar weggestuurd. En toen is het eigenlijk hier weer eens aan begonnen. En wat natuurlijk ook gewoon een beetje het probleem is, ze moeten in Nederland wel een diagnose hebben om je te kunnen behandelen. Want ook al hebben ze alleen het idee van bijvoorbeeld, je hebt autisme, maar we hebben de diagnose die mogen ze die behandeling niet geven. Waardoor ze dus bij mij vastliep, want ze mochten heel veel behandelingen niet proberen. Want ze zeiden, ja, het gaat toch niet werken, want we weten niet zeker of je dat hebt. En daardoor wil je dus zelf ook heel graag die opname afmaken, maar het lukt dan niet. Dan krijg je weer zoiets van het lukt weer niet. En ik had het anders voor me gezien. En ja, geef je gewoon geen prettig gevoel. Hulpverleners, psychologen, psychiaters en ook elen zelf. Iedereen wil graag weten wat er precies aan de hand is. Diagnoses zijn daarvoor vaak noodzakelijk, zodat er ook een juist behandelplan kan komen. Soms werkt zo'n diagnostische aanpak prima, maar bij Elen niet. Ik heb nu inmiddels zeven diagnoses, om het even heel hard te zeggen. En in Nederland is het probleem dat ze behandelen per diagnose. Dat betekent dat je zeven behandelingen zou moeten doen. Nou, dat is gewoon geen doen. En toen zijn we eigenlijk een beetje op het punt gekomen dat ook de hulpverlener zeiden van, nou ja, wij weten het niet meer. Dus ik zou er maar rekening mee houden dat het niet beter wordt, om het maar even zo te zeggen. En toen dacht ik zelf van, nou ja, dus nou niet dat ik er heel erg naar uitkijk om de rest van mijn leven zo bij te zitten. Dus toen ben ik zelf gaan kijken naar plekken. En toen heb ik een kliniek gevonden waar je tien weken intern gaat, waar je ook de eerste vijf weken geen contact hebt met de buitenwereld. Dus je spreekt je moeder, zus, echt niemand. Alleen je behandelaren en de andere mensen die daar werken, dat zijn ook allemaal ervaringsdeskundigen. En daar behandelen ze alles in één. In tien weken doen ze alles in één keer behandelen. En dat bestaat gewoon verder niet. Dat heb je hier niet. En dat is, denk ik, waar het verandert. Dus dat je in tien weken dus één behandeling doet voor al je problemen. Dus je behandeling wordt voor jezelf op maat gemaakt door mensen die ook, het zijn allemaal ervaringsdeskundigen. Dat helpt ook heel erg. Want mensen kunnen wel zeggen, ja, ik snap je, maar als je het nooit heb meegemaakt, begrijp je het nooit. Die mensen, als zij zeiden, ja, ik snap je, dan wist je ook dat je begrepen werd. En dat hielp ook wel heel erg dat iemand echt tegen je zei van ik weet waar je doorheen gaat, maar het wordt beter. En dat je dat dan hoort van iemand die dat ervaren heeft, dat helpt heel erg. Dat heeft mij in ieder geval heel erg geholpen. Naast dat Elin goede hulp krijgt en al haar diagnoses in één keer worden aangepakt, krijgen haar vader en moeder ook therapie in de kliniek. Vooral haar moeder had veel meegemaakt met Elin, waarvoor ze nu ook geholpen werd. En ouders moeten daar ook echt wel beter in begeleid worden. Want toen ik in die kliniek zat, heeft mijn moeder ook gewoon traumatherapie gehad. Omdat ze zo heftig met alles wat er is gebeurd, omdat er gewoon eigenlijk geen begeleiding is voor ouders. Dat ze dat ook pas gaan verwerken als een kind, dus of ergens anders zit of het beter gaat met een kind. Want een kind dat zulke heftige problemen heeft, heeft altijd invloed op een ouder. En een ouder heeft daar ook gewoon beginnen. Wat had jij je moeder in dat traject gegund? Ja, gewoon dat gewoon meer begeleiding. Gewoon dat mensen tegen je zeiden van je doet je best ook, weet je, maar je kan er niks aan doen. Want ouders gaan het heel erg bij zichzelf zoeken van ligt het aan mij? Waarom kan ik mijn kind niet gelukkig maken, maar daar ligt het niet aan. En ook gewoon, inderdaad, is wat ze bij die andere knie hebben gedaan, ook wel eens horen van ja, dit doe je niet goed, probeert iets zo. En het kan een negatief effect hebben, maar er gaat een omslagpunt komen, maar dat is er nu gewoon niet. Ouders worden niet begeleid met wij zouden het zo en zo doen door hulpverleners. Het wordt spuurgericht op het kind en dat is het. En dat heeft bij ons wel gewerkt toen ik daarnaar gekeken werd dat mijn moeder ook ging veranderen. Want als ik alleen die behandeling had gevolgd en mijn moeder was nog geweest zoals ze was, had dat ook niet gewerkt of zo. Hoe gegeven dat ook klink? Omdat het ging dan wel met mij beter, maar dat ik nog steeds een moeder in mijn nek hij ge met gaat dat wel echt goed met je? Dus dat heeft ook wel geholpen, dat moeder en vader daar ook in geholpen zijn. En hoe gaat het nu? Ja, goed, het gaat natuurlijk nog steeds een beetje dit, maar dat is ook gewoon een beetje wie ik ben. Zo ben ik altijd wel geweest. Maar ik ben stabiel genoeg. Ik doe mezelf geen pijn meer en ik doe leuke dingen. Ik kan goed mijn vriendschappen onderhouden. Dat was echt wel een probleem voor mij ook in een periode. Ik blijf echt goed in contact met mensen. Ik praat over waar ik mee zit. Die ups en downs. Komt dat door het gevoel? Of is dat door bepaalde teleurstellingen dat je op die moment? Ja, dat komt ook gewoon door in een van mijn diagnoses. Ik heb een persoonlijkheidsstoornis, bordeling, zoals mensen dat kennen, dus dan heb je gewoon heel veel last van je emoties. Dus dat is gewoon iets wat in je zit. Dat is niet. Natuurlijk is het wel als ik een teleurstelling meemaak, dan reageer ik daar gewoon veel heftiger op. Weet je, iemand kan denken als shit, maar ik denk meteen al mijn leven is voorbij en wat moet ik nu? En dat hield ik vroeger heel lang voor. En nu bel ik dan gewoon iemand zeg ik, ja, ik ervaar nu dit gevoel, is dat een beetje logisch of schiet ik weer heel erg in mijn emotie en zo. Dus dat is wel iets waar ik nu ook wel over praat, dat ik ook wel denk van hé, maar wat mijn gevoel me vertelt, is ook niet altijd de waarheid. Want dat is wel een beetje wat waar je met mijn probleem tegenaan loopt, is dat je hoofd helemaal gek kan maken. Terwijl het eigenlijk soms ook gewoon meevalt. Iedereen heeft wel zijn kuntig op werk, maar dat betekent niet meteen dat je een slecht mens bent of zo. En dat zijn wel dingen waar je gewoon nog ook in moet groeien en in moet leren dat dat zo is. Dus ja, dat gaat wel goed. En het is echt wel sinds jaren dat ik nu kan zeggen, ja, het gaat wel goed met me. En ik denk ook dat mijn omgeving dat ook wel zo ervaart. Dat het niet weer een toneelspel is van het gaat goed met me, maar het gaat nu echt goed met me. Diagnoses. Ze zijn belangrijk voor het vaststellen van het probleem. Maar soms wordt een mens gereduceerd tot één simpele diagnose. En problemen zijn natuurlijk altijd gelaag en complex. Heel veel factoren spelen een rol bij de problemen en bij de oplossing. In deze aflevering zullen we ingaan op de diagnoses die gesteld zijn en of het is gelukt om verder te kijken dan de labels van de problemen. Want eenmaal zo'n label opgeplakt gekregen, lijkt het vaak moeilijk om daaraan voorbij te kijken. De mens nog te zien in al dienst complexiteit. De volgende die je hoort is Marleen. Het was duidelijk dat de oorzaak van het probleem niet alleen bij Marleen lag. Toch is zij degene die uit huis wordt geplaatst. Dat voor mij echt begon. Ik heb best wel een lastige ouders gehad altijd. Best wel een lastige thuissituatie. Mijn moeder was best wel depressief en medisch niet echt oké. En mijn vader had losse handjes. En ja, dat was gewoon best wel een manipulatieve, ongezonde relatie met z'n allen. Dat liep gewoon best wel vaak uit de hand. En op een gegeven moment is daar gewoon een keerpunt in gekomen. En dat is zo aan de hand gelopen dat ze hebben gezegd van ja, nu is het klaar. We gaan maar het huis uit. We gaan maar de jeugdzorg in. En de jeugdzorg was wel altijd al betrokken bij mij, sinds ik vrij jong was, drie of vier, denk ik. Dat ze al betrokken bij mij waren. Dus eigenlijk was het eigenlijk een vrij logische stap om te zeggen van misschien is het beter om niet thuis te wonen. En ik denk, rond een jaar of tien, elf is dat uit de hand gelopen en ben ik uit huis gegaan, uit huis geplaatst. Het is wel allemaal vrijwilliger. Het is niet een onvrijwillige terugplaatsing of een onvrijwillig of een gedwongen uit huisplaatsing, dat is het echt zeker niet geweest. Ik heb alles wel vrijwillig gedaan, want ik wou ook weg. Hoewel Marleen vrijwillig uit huis ging, moest zij wel de hele molen van jeugdhulp in. Haar leven veranderde ingrijpend. En ze kwam op plekken terecht waar ze zich vaak niet gezien of gehoord voelden. Ja, en ik denk. Ik weet ook wel van verhalen die ik heb gehoord, dat het wel vaker gebeurt. Dat het wel vaker draait om niet het kind. Ik word al weggetrokken uit mijn eigen huis, ik word al weggetrokken uit mijn eigen stad. En mijn vader mag daar maar lekker een beetje chillen. Dat is helemaal niks mee aan de hand. En ik mag door de hele bende heen. Dat ik denk van dat is toch voor een kind al erg genoeg dat iets waar wat niet hun schuld is, wel hun schuld gemaakt wordt eigenlijk. En dat je dan ook nog eens denkt van nou, hoef je verder niet naar om te kijken. En dat is wel een beetje wat er gebeurt. Ja, ik was een probleemkind. En je wordt door de buitenwereld ook vrij snel gezien als een probleemkind. Dus het is altijd, oh, je bent het huis geplaatst, dat zou je van zo vandaan hebben. Goed dat je daar zit, zal wel goed zijn. En denk je, ja, nee, dat heb ik helemaal niet gedaan. Het is helemaal niet mijn schuld. Ik heb ook wel een keer een begeleider gehad die dat heeft gezegd van ja, dat is jouw schuld. Dat je hier zit en daar zal je er ook maar zelf het beste van moeten maken. Ja, maar jallo, dat is niet mijn schuld. Dat is niet mijn schuld, mijn vader zijn je zo. Daar heb ik helemaal niks mee te maken. Dus ja, dat moet je niet in je hoofd laten praten. Maar er worden echt best wel heftige dingen gezegd door een jeugdzorg, dat je echt denkt, van wow. Dat is echt niet oké. Ik heb bijvoorbeeld, dat is wel heftig hoor. De plek waar mijn moeder woont, in het verzorgingshuis. Mijn moeder heeft een aantal jaar geleden, voor de herseninfarct heeft een zomerpoging gedaan. En gelukkig is er bij één keer gebleven en is er nog. Maar er was wat heftigs met mij gebeurd. En ja, mijn moeder is natuurlijk niet helemaal meer erbij. En ik had het natuurlijk aan haar verteld. Want ja, het is wel mijn moeder, het blijft mijn moeder. En toen was mijn moeder natuurlijk best wel overstuur. Het was best heftigs. En die begeleider zei gewoon tegen mij: ja, als je moeder nu iets probeert bij zichzelf, is het jouw schuld. Die hebben dat gewoon echt zo'n stray door de telefoon tegen me gezegd. Dan is het echt jouw schuld. Weet dat jij dan verantwoordelijk daarvoor bent. En dat bedoel ik een beetje met als mensen iets tegen jou zeggen, weet dat het niet jouw schuld is. Want ze doen maar een aanname. Ze zien misschien een minim beetje van wat jij voelt en wat jij ergens over denkt en wat jij hebt meegemaakt. Want als ik gewoon hier binnen kom lopen, dan neem ik aan dat je er niet van uitgaat dat er nog een hele donker bos aan dingen eigenlijk er zit. Ik lijk ook gewoon een doodnormale 18jarige, maar er zit ook heel veel meer achter dan een doodnormale 18jarige. Inmiddels is Marleen de 18 gepasseerd. Dat betekent dat ze officieel niet meer onder de jeugdzor valt. Toch wil ze graag verdere begeleiding krijgen. Ik zit nu in de verlengde jeugdzorg. Daar val ik nu onder. En ik ben bezig om dat te verlengen. Want ja, ik wil wel heel graag, zeg maar, ik kan het ook wel zelf. Maar toch die emotionele steun heb ik af en toe echt nog wat nodig. Dus ik ga nu in een soort traject en daar gaan ze dan weer verlengde jeugdzor aanvragen. En dan gaan ze je overgeven aan het wijkteam, als ik het goed zeg, word ik nu overgegeven. En die gaat dan met mij kijken van over particulier wonen, hoe nu verder? Uitroom, plan. Maar dat gaat allemaal niet zo heel snel. Het wijkteam gaat niet zo heel snel. Dus het is lang wachten. En wachten. Dus in de hoop dat het wel goed komt. Hoe is dat voor jou dat wachten? Ik word er eigenlijk intens ongelukkig van. Ik wil gewoon, in mijn dingetje, ik ben nu echt al, denk ik wel twee maanden aan het wachten op dat gesprek. Maar ik kan niet heel veel doen. Ik kan wel heel boos gaan worden. Of ik kan op een kop gaan staan. Of weet ik allemaal. Maar het gaat er niet heel veel sneller van. Dus je kan beter gaan wachten. Maar het is niet leuk. Het is voor mij nu gewoon ook denk ik van ik wil weten waar ik aan toe ben. Ik ben nu acht in komen begeleid. Dat is natuurlijk ook niet de rest van mijn leven een bedoeling. Ik wil op een gegeven moment ook uitstromen en daar ben ik nu eigenlijk op aan het wachten. En eigenlijk ook gewoon op iemand die mij gaat helpen daarmee. En dat vind ik nog het ergste, denk ik. Tamara werd uit huis geplaatst zonder dat ze zelf een diagnose had. Haar moeder had hulp nodig, maar die kreeg ze nauwelijks. De support ontbrak. Ik was in mijn jeugd geen goede jeugd gehad. Ik had een vader die een criminele achtergrond had en mijn moeder was alcoholist. Dus ik ben eigenlijk alleen groot geworden. Ik had nog een broertje en een zusje. Mijn moeder kreeg mijn broertje toen ik 12 was, toen begon ik eigenlijk met zorgen. Want mijn moeder, ja, die kon dat gewoon niet. Dat ging niet. Dus dat deed ik. Op mijn veertiende ben ik toen moeten stoppen met school. Hoe dat ooit heeft gekund, dat snap ik de dag van vandaag niet. Maar ik heb mijn school dus niet kunnen afmaken. Ik was thuis. Ik ben ook uit huis geplaatst geweest door de jeugdzorgen. Ikzelf bij mijn moeder toen. En toen heeft mijn vader mij ontvoerd naar Chili. Voor drie, vier maanden of zo, heeft hij me daar vastgehouden. Toen kwam ik terug werd vastgehouden bij Interpol. Toen kwam er een rechtszaak en toen mocht ik ineens naar huis. Dat is wat ik nog weet. Dat ik weer terug naar huis ging en dat ik meteen weer de draad oppakte met mijn broertje. Nad je dat anders gewild, zeker. Wat zou je gewild hebben? Ja, ik had sowieso heullijk voor mijn moeder gewild toen. En dat gebeurde niet. Dat was ze niet. Als iemand van het heette toen de tijd Riach, dat was vroeger, en die meneer kwam één keer in de twee weken koffie drinken. Ik weet nog wel dat hij tegen ons zei, tegen mij, mijn zusje, nou ja, weet je, als je moeder s'avonds een beetje in de war is, dan kan je ook gewoon een pilletje in een biertje gooien. En ik dacht, dat hebben we nooit gedaan natuurlijk. Maar ik bedoel, dat is de hulpverlening. We komen bij je langs, we vinden ergens iets van. En vervolgens gaan wij naar huis en zoeken het maar uit. En wanneer het uit de hand loopt, dan ineens zijn er 30 hulpverleners. Oh, oké. Waar komen die vandaan? En dat was toen bij ons al. Maar het was bij mijn oudste dochter nog veel erger. Ik was natuurlijk geen labiele moeder. Ik was hartstikke bij, ik was hartstikke scherp. Ik was een leeuwin, wat dat betroff, voor mijn kinderen. Afbliven, niet aankomen. En dat heeft mij. Ja, ik ben daar echt van geschockeerd van het jeugzorgstelsel. Ik ben echt in shock geraakt. Van wat daar allemaal niet oké is. Tamara werd jongmoeder en na verschillende omzwervingen had ze haar leven beetje bij beetje op de rit gekregen. Totdat ze betegd werd van fraude. Ze was slachtoffer van de toeslagenaffaire. Daardoor werd Tamara's situatie niet goed geanalyseerd en ingeschat door de instanties van wie zij juist hulp zou moeten ontvangen. Haar oudste dochter werd uit huis geplaatst. Maar toen kreeg ik een hele leuke brief van de Belastingdienst dat ik geld terug moest betalen. En toen werd ik bestempeld als vrouw deur, kwam ik er ook nog achter dat alle drie mijn oudste kinderen ernstig seksueel misbruikt zijn door mijn eigen vader. Ja, dus toen werd eventjes alles zwart, eigenlijk. En tot overmaat van Ramp overleed hun vader drie maanden later, toen dat nieuws naar buiten kwam. Dus toen was het eigenlijk wel klaar. Dus het was. En de toeslagen verder, waar niemand toen nog wat van wist. Want ik was eigenlijk meteen al vrouw deur. Zo moet je het zien. Bij elke instantie waar ik binnenkwam lopen, werd ik eigenlijk niet serieus genomen. En werd er naar mij gekeken. Nou moet je die moeten kijken. Problematieke schulden, hoe kan dat? Dus mijn kinderen hebben ook nooit de hulp gekregen die ze eigenlijk op dat moment heel hard nodig hadden. Mijn oudste dochter is bijvoorbeeld uit huis geplaatst, die is bij ons weggehaald. Die heeft daar weer van alles moeten meemaken in die instellingen. Waar ik ook tegenbleef vechten. Maar goed, ik was maar die vrouw deur, maar ik bleef wel volhouden. Ik bleef volhouden. Dit klopt niet, het kan niet. Het gebeurde met die kinderen da binnen. Waar is de begeleiding? Waar is de behandeling? Ze is nooit opgenomen geweest. Terwijl ze dat nodig had. Vanaf dat ze 12 is. Haz ze het nodig om een korte periode dat ze de kinderpsychiater uitsprak. Ze moet voor een korte periode intensief behandeld worden. En dan kan ze terug naar huis. En vanuit huis kan ze mee in die behandeling van haar zusjes. Het is helemaal anders gegaan. Ja. En dat is omdat iedereen er weer wat van moet vinden die mijn kinderen niet gesproken hebben. En daar schrik ik van. En tot de dag van vandaag ben ik wel nog steeds ook met de kinderen die zijn nu 23, 18 en 17. Ja, er is gewoon geen hulp. Dat is eigenlijk waar het op neerkomt. Is dat vanwege de wachttijden? O zit het hem ook in de kwaliteit van de hulp? Ja, ook wel de kwaliteit of de diversiteit. Als jij een jongeren hebt zoals mijn kinderen die seksueel misbruikt zijn, is er hier eigenlijk in Zaanstad niks. Je moet uitwijken naar een andere plaats. De volgende verteller is Albana. Haar vader nam trauma's mee uit de oorlog in zijn thuisland. En haar moeder kon niet goed omgaan met haar expressieve en opstandige dochter. Jeugdhulp kwam al bij aan thuis. Er ontstaat een negatief beeld van Albana dat ze rebels en soms zelfs onhandelbaar is. Dit beeld van Albana groeit achter de schermen op papier en in dossiers. Mijn ouders hebben onderling heel veel ruzie gehad. Ook uit de hand gelopen ruzieën. Mijn vader heeft door zijn traumatische ervaringen heel veel dingen gedaan en gezegd wat niet door de beugel kan. Dus dat is binnen huis is dat wel eens heel erg uit de hand gelopen. Heeft dat ook te maken met waarom jij in de hulpverlening bent terechtgekomen? Ja, ik heb zelf mijn mening daarover. Ik denk zelf dat ik mijn moeder heel erg deed denk aan mijn vader. Dat denk ik. En dat zij daardoor toch wat meer moeite had met mij. Dat in combinatie met het feit dat ik heel uitgesproken ben en niet mij gehoord voelde, denk ik dat ik daardoor heel rebels wil ik het niet noemen. Maar dat ik daardoor wel steeds meer onhandelbaar werd thuis en steeds minder ging gehoorzamen en steeds meer naar buiten wilde en weg wilde van de situatie. En ik denk, ja, als ik me toch niet begrepen voel thuis, wat doe ik hier dan nog? Dus ik denk dat het daar wel is begonnen en dat mijn moeder daarin wel echt de draad kwijtraakt over mij. Albana wordt uit huis geplaatst. School is haar houvast, maar van binnen moet er iets. In mijn thuissituatie ben je toch geconfronteerd continu met problemen en trauma's. En op school weet 9 van de tien het niet. Misschien die ene klasgenoot waar je wat beter mee optrekt die dan soms iets uit je krijgt. Maar voor de rest wisten ze eigenlijk niet zoveel. Totdat het een keer fout ging buiten school om. En toen wist school wel van de problemen. Nou, ik had een keer een. Da ben ik echt niet trots op, wil ik voorop stellen. Ik heb ooit een keer een meisje geslagen buiten school om. Dat was in de buurt van mijn school, maar dat was echt flink uit de hand gelopen. Zij is echt in de intense care beland. En ik heb daar toen wel, zeg maar, door dat ben ik flinker in de problemen gekomen. Omdat voor de mensen bij de jeugdzorg het al naar boven kwam van heen, ze is onhandelbaar, et cetera, et cetera. En toen kwam ook naar boven van oké, nu is ze ook wel echt heel erg agressief. Dus nu gaat het wel de verkeerde kant op. Dus vanaf toen eigenlijk is het echt heel misgegaan met mij, heel erg. Wat is er gebeurd dan? Ja, ik kwam in jeugdgevangenis in Zijst. Vanwege dat meisje. Terwijl je 12 was. Ja, eigenlijk ben ik niet een agressief meisje. En eigenlijk ben ik niet iemand die iemand zomaar in elkaar zou rozen. Dat ben ik gewoon niet. Ik denk dat ik gewoon zoveel op mijn vork had op dat moment dat elke druppel was voor mij te veel. En ik denk dat ik op haar heb geuit wat er heel lang in mij zat. En daarom zeg ik ook, ik ben er niet trots op. Want het is niet de karakter, het is niet mijn karakter. En ik werd wel zo geschetst als een heel agressief meisje die heel onhandelbaar was en die waar we voor moeten oppassen. Maar wie is ze dan in dit geval? Ja, de mensen in de jeugdzorg, de mensen die rapportages maken, de mensen die voogd zijn. Je vertelde net dat je eigenlijk altijd werd weggezet als daar moet je voor uitkijken. Ze is best wel agressief. Ik heb heel veel problemen gehad en heel veel moeite gehad met hulpverleners. Omdat er continu over mij een bepaald beeld werd geschetst, in verband met dus wat er op papier staat. Waardoor ik van een heel lief meisje die gewoon hulp wilt. Iemand voor me had die al een mening klaar had eigenlijk. Waardoor ik dus mijn stem moest gebruiken om te laten zien van hé, ik wil gewoon hulp en ik wil gewoon dat het goed gaat. En ik ben niet wat er op papier staat. En ik ben helemaal niet dit en ik ben helemaal niet dat. En ik ben best wel heel erg vurig in mijn doen en laten en het vertellen van. Dus soms komt dat misschien zo over. Maar dat komt omdat ik me gewoon niet gehoord voel. En toen werd het beeld van haar soort van bevestigd eigenlijk. Precies. Ik ben ook iemand geweest die heel erg heb moeten leren om mezelf te uiten op een manier dat iemand mij begrijpt. Kijk, nu kan ik dat heel goed. Maar dat heb ik echt wel moeten leren. Maar niet iedereen kijkt daardoorheen. Dus als ik bijvoorbeeld schreeuw van ik wil hier niet zijn, moet je niet kijken naar van hey, dat meisje is heel agressief. Maar ik zeg dat ik hier niet wil zijn. Waarom wil ik hier niet zijn? Voel ik me hier niet op mijn gemak? Voel ik je mij hier niet goed? Word ik hier niet goed geholpen? Dat zijn best wel aandachtpunten bij heel veel hulpverleners wat gewoon lekker is. Iemand luistert gewoon niet naar wat jij zegt. Die kijkt heel erg naar de manier waarop je iets zegt. Terwijl heel veel jongeren dingen heel verkeerd uiten door de trauma's die ze hebben meegemaakt. Dus dat ik schreeuw, betekent niet dat ik agressief ben. Dat betekent gewoon dat ik al tien keer hetzelfde heb moeten vertellen en niemand naar me luistert. Dus dan op een gegeven moment ga je niet meer zeggen. Ja, ik wil dit en ik wil dat. Nee, dan ga je op een gegeven moment gewoon maar negatieve aandacht zoeken. Dat is gewoon eigenlijk wat het is. Ik heb heel vaak negatieve aandacht moeten zoeken. Ik ga een voorbeeld geven? Ik zat ooit in een pleegzin, jeugdhuis, hoe wil je het noemen, een gezinshuis. Met mensen waarvan ik eigenlijk geen match vond. Ik probeerde dat continu aan te kaarten. Continu aan te kaarten. En niemand ja, maar het komt wel goed. Geef het wat tijd, geef het wat tijd, geef het wat tijd. En ik gaf continu aan van ik ben er uitgegroeid om het te laten proberen om in een gezinssituatie te zitten. Ik ben al zo lang uit huis. Dit past niet bij mij. Ik heb het geprobeerd, het lukt mij niet. Ik wil niet in een gezinssituatie zitten. Want dat doet me te veel denken aan dat het niet bij mij lukt. Dus ik wil dat niet. Ik wil gewoon lekker maar in een groep en dan uiteindelijk bij begeleid wonen. En dan zo naar mezelf toe. Dus ik heb dat heel vaak probeerde aan te kaarten. En ik vond het gewoon geen match. En toen op een gegeven moment hadden we een keer een gesprek waar Remy ook bij was en toen ging ik uit mijn plaat. Ik ging uit mijn plaat. Schreeuwen. Schreeuwen, schreeuwen, huiden, schreeuwen. En hun zaten me aan te kijken van die is niet goed, die is gek. En Rem zat naar mij te kijken van, oh, ik moet echt met haar praten. Ik moet echt met haar praten. Want zij wist natuurlijk precies hoe ik was en hoe ik dingen aanpak. En zij wist oké, het is tijd om even te kijken van what is going on? Want dit doet zij niet zomaar. Inmiddels is het contact tussen Albana en haar moeder verbeterd. Toen Albana eenmaal op zichzelf woonde, begon het terugkijken. En lukte het om hardnekkige patronen en overtuigingen te doorbreken. En dat contact is eigenlijk dan ook altijd gebleven met je moeder? Ja, we hebben wel altijd contact gehad. Alleen pas toen ik echt. Toen je de sleutel van je huis kon hadden, toen was ze er voor mij. Vanaf het moment dat je zelfstandig ging wonen. Dus eigenlijk. Want omdat ze dacht daarvoor is. Ik weet niet, ik denk dat zij pas toen besefte ook van wauw. Kijk wat zij heeft meegemaakt en kijk, ze heeft het gewoon gered. Ik denk dat mijn moeder altijd dacht dat het heel fout met mij zou aflopen. Ik denk dat zij echt, ondanks dat ze haar voor haar doen haar best heeft gedaan, ik denk niet dat ze vertrouwen in mij had. Dat denk ik gewoon echt niet. En toen ik die sleutel had van mijn huis en ik daar gewoon met volle borst trots stond van This is my place, this is my crib. Dat ze dacht van, je hebt het gewoon gered. Dus ik denk dat toen pas bij haar ging doordringen, dus ook wat ik had van dat het bij mij allemaal ging doordringen, denk ik dat het voor haar ook een periode was van relativeren en doordring van zo. De volgende en laatste verteller is Chantal. Chantal woonde tot haar negentiende bij haar ouders. Ik heb wel leuke ervaringen gehad, maar ook niet zo'n leuke ervaringen gehad. De niet zo leuke ervaringen wil ik eigenlijk achterlaten. Daar wil je nu niet over praten. Ze had leuke kinderen in de buurt met wie ze speelden en ze ging naar verschillende scholen. Het is een speciaal onderwijsschool voor zeer moeilijke kinderen. En ook voor kinderen die zeggen dat netjes een beetje gehandicapt zijn, zeg maar. Chantal wil er niet diep op ingaan, maar haar thuissituatie was niet altijd veilig. En hoewel Chantal naar speciaal onderwijs ging en dus een diagnose had, was er maar weinig passende begeleiding voor haar in haar jeugd. Als ze uit huis gaat om bij een vriendje te gaan wonen, gaat het mis. Ik leer een jongen kennen waar ik dacht dat het mijn ware was. Die woonde in mijn veer. We hebben het wel rustig haar gedaan leren kennen en eerst vrienden. Toen ben ik bij hem inkomen wonen, want ik kreeg ook een beetje een probleem met mijn vader. Toen ik bij hem inkomen wonen en daar heb ik zeven, acht jaar gewoond. In die periode ging het niet zo goed die zeven, acht jaar. Ik weet niet of je dat woord narcist kent, dat was hij dus. Alleen, je weet wat ze wel eens zeggen: liefde maakt blind. En je komt er pas later achter dat je weg moet, zeg maar, dat het geen gezonde relatie is. En mijn buurjongen, buurman, die naast hem woonde, trok een beetje op tijd aan de bel. Die zei van ga hier weg en toen ben ik ook weggegaan. Uiteindelijk trekt Chantal aan de bel en gaat ze op zoek naar hulp en die krijgt ze. Eerst nog in Wormerveer, waar ze dan nog woont. Toen zei ze ook tegen mij dat ik goed bezig was geweest om de stap door te hakken. En daarna kreeg ik wat zij was toen nog van Wormenveer. En toen ik bij kwam wonen, kreeg ik een andere begeleiding van. Zodat het dan niet in de stral in dezelfde wijk valt. Inmiddels krijgt Chantal goede begeleiding waar ze echt wat aan heeft. Ze wordt gezien en er wordt met haar meegedacht. De begeleiding komt op afspraak. Dan krijgen we naar de agenda wanneer we hun tijd hebben en wanneer ik tijd heb. En dan komen ze bij mij thuis en dan gaan we praten over bepaalde dingen, hoe het met me gaat en dat soort dingen. Hoe vind je dat? Best wel fijn. En je bent eigenlijk altijd, als ik je zo hoor praat, positief over de begeleiding die je hebt gehad. Ja, ik ben ook heel veel studie. Dat je daar ook wel veel aan hebt gehad. Ja, want anders was ik het niet geweest. Misschien is dat raar om te horen, maar zo is het wel gegaan. Dankjewel voor het luisteren naar deze laatste aflevering van de Paarse Bank. Mijn naam is Kitty Munnis en deze podcastserie kwam tot stand door een samenwerking tussen het team narratieven van gemeente Zaanstad de Jeugdhulpverlening Ervaringsdeskundige en Raas. Speciale dank aan de vertellers: Marleen Alban, Chantal, Tamara en Elias.